Terug naar Home

Impact Online - Lente '25

Samen bouwen aan een veerkrachtige regio

Hoe zorgen we er als regio voor dat we voorbereid zijn op de risico’s van morgen? Die vraag stond afgelopen jaar centraal, waarin Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) samen met meer dan tweehonderd professionals werkte aan het nieuwe Regionaal Risicoprofiel (RRP).

In zeven themabijeenkomsten kwamen vertegenwoordigers van gemeenten, zorginstellingen, netbeheerders, waterschappen, de provincie, kennispartners en maatschappelijke organisaties op initiatief van VRHM samen. Het resultaat: een gedeeld beeld ophalen en afstemmen van wat onze regio kwetsbaar maakt én wat ons sterker maakt.

Een proces dat de regio verbindt

Het RRP vormt de basis onder het veiligheidsbeleid van de komende jaren. “Het staat aan het begin van de veiligheidsketen”, vertelt Roos Vegter, samen met Eric Meijer projectleider van het nieuwe RRP. “Daarin beschrijven we wát er kan gebeuren. Die inzichten vertalen we vervolgens naar beleid en hoe we reageren op crises. Dat is een continu proces.”

Hoewel het profiel pas in 2026 definitief wordt vastgesteld, koos VRHM bewust voor een vroege dialoog. “We wilden toetsen of partners zich herkennen in de analyses die wij gemaakt hebben”, zegt Eric Meijer. “En dat gebeurde. Er kwamen nuanceringen, actuele voorbeelden en nieuwe inzichten, maar de hoofdlijnen bleven overeind. Dat laat zien dat we de risico’s in onze regio goed kennen.”

Tijdens de bijeenkomsten werd gewerkt langs zeven thema’s, van gezondheid tot infrastructuur en van natuur tot digitale veiligheid. Deelnemers kozen zelf bij welk thema ze wilden aansluiten. Eric: “Daardoor zaten er steeds mensen aan tafel die écht iets met het onderwerp hadden. Dat maakte de gesprekken inhoudelijk sterk en tegelijk heel praktisch.”

Zorgperspectief

Een van de partners die intensief meedacht was zorgorganisatie Topaz. Veiligheidscoördinator Jasper Blauhoff was bij alle zeven bijeenkomsten aanwezig. Hij bracht het perspectief in van de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT). Daarbij vroeg hij aandacht voor de continuïteit van zorg voor kwetsbare ouderen. “Onze kernvraag was: wat als toegangswegen uitvallen en medewerkers locaties niet kunnen bereiken? Wat gebeurt er bij stroomuitval of verstoringen in water en mobiliteit?”, aldus Jasper.

Ziekenhuizen beschikken over verplicht noodstroom, maar VVT-locaties niet altijd. Jasper wilde dat verschil nadrukkelijk op tafel leggen. Ook risico’s in de duinstreek kwamen aan bod: “We hebben locaties in of nabij duingebieden. Wat betekent een natuurbrand voor evacuatie en zorgcontinuïteit?”

In sessies over drinkwater en energie hoorde Jasper interessante informatie rondom netbeheer: over verwachte hersteltermijnen, marges en kwetsbaarheden. “Het relativeert én scherpt je voorbereiding. Ik wilde vooral ons perspectief op tafel leggen en dat is gelukt.”

Regionale aanpak

Duidelijk is dat onze regio ook de komende jaren met veel verschillende crisistypen te maken kan krijgen. Vergrijzing vergroot de vraag naar zorg en maakt onze regio extra afhankelijk van bereikbaarheid en continuïteit. In de kust- en duingebieden komen natuurbrand, wateroverlast en complexe evacuaties samen, terwijl de drukke infrastructuur jaarlijks gemiddeld veertien verkeersdoden telt; een risico dat we bijna ‘gewoon’ zijn gaan vinden, maar dat tijdens de bijeenkomsten opnieuw werd aangescherpt. Daarnaast spelen geopolitieke en economische ontwikkelingen een steeds grotere rol en maken zij crisistypen zoals militair conflict of verstoring van grondstoffenketens realistischer dan voorheen. Roos: “Het RRP beweegt mee met de wereld. Nieuwe aanjagers maken inzichtelijk hoe mondiale ontwikkelingen impact hebben op onze eigen regio.”

Van analyse naar actie

De opbrengst van de bijeenkomsten is inmiddels verwerkt in een concept-RRP. De komende maanden werkt VRHM aan de visualisatie, bestuurlijke afstemming en verdere verdieping. Partners zoals Topaz blijven aangehaakt. “Zodra het conceptrapport er is, lezen we weer mee”, belooft Jasper. Zijn organisatie gaat de inzichten die hij heeft opgedaan ook lokaal toepassen. “We hebben al een zorgcontinuïteitsplan, maar nu maken we per locatie een risicoplan. Met de RRP-visuals bespreken we per team: wat speelt hier en wat betekent dat voor bewoners en medewerkers?” Het is precies het soort beweging dat VRHM voor ogen heeft: een regio waarin organisaties elkaars handelingsperspectief begrijpen en versterken.

Met elkaar

Het nieuwe RRP laat niet alleen zien waar de risico’s liggen, maar vooral ook waar de kracht van de regio ligt: in samenwerking. Of het nu gaat om zorginstellingen in de duinen, gemeenten in het Groene Hart of partners rond vitale infrastructuur: veiligheid ontstaat nooit in één organisatie, maar in het netwerk dat betrokkenen samen vormen. Roos: “Ofwel: veiligheid maak je niet op papier, maar in samenwerking. Met elkaar.”


‘We weten precies waar we moeten zijn’

De jaarwisseling vraagt elk jaar om voorbereiding. Binnen Veiligheidsregio Hollands Midden ligt die coördinatie bij de afdeling Plannen, Procedures en Ontwikkeling (PPO). Planvormer Hans werkt al jaren aan het draaiboek voor deze nacht en ziet vooral continuïteit. “Eerlijk gezegd is het niet anders dan andere jaren. We hebben onze processen goed op orde.”

In aanloop naar de jaarwisseling haalt VRHM – samen met de politie – alle noodzakelijke informatie op bij de gemeenten: over risicogebieden, vuurwerkshows, vergunningen, de inzet van BOA’s, de verwachte drukte. Die gegevens komen samen in een overzichtelijke informatiekaart die via LCMS met alle multi-partners wordt gedeeld. “Zo weten onze mensen precies wat ze waar kunnen verwachten. In de voertuigen is dat realtime zichtbaar”, legt Hans uit. “Dat geeft rust en duidelijkheid op straat.”

Gerichte instructies

Naast de multiverbinding met gemeenten en politie zorgt VRHM ervoor dat alle collega’s operationeel voorbereid zijn. Voor meldkamers, bevelvoerders en brandweerposten liggen actuele instructies klaar: over omgaan met agressie tegen hulpverleners en over optreden bij vuurwerkincidenten. Maar ook is er een overzicht van vuurwerklocaties en aanvullende informatie over carbid. Hans: “We zorgen dat iedereen weet wat de afspraken zijn en hoe we veilig werken. Dat is de basis.”

Geen extra zorgen

In de media gaan al geruime tijd berichten rond over mogelijke extra drukte of meer vuurwerkverkoop. Hans blijft daar nuchter onder: “Ik lees dezelfde berichten, maar daar trekken wij niet te snel conclusies uit. Tot nu toe hebben we geen signalen dat het anders wordt dan voorgaande jaren. In het algemeen is het buiten gezellig en is men blij dat we er zijn.”

Overdracht en nazorg

Halverwege december heeft VRHM de regie overgedragen aan het multidisciplinair team dat de jaarwisseling zelf draait. Hans blijft echter op de achtergrond beschikbaar om zaken bij te sturen waar nodig. Alle incidentgegevens worden digitaal verwerkt, strak en gestroomlijnd.

Wanneer is de jaarwisseling voor hem geslaagd? “Voor mij is de jaarwisseling goed verlopen als onze collega’s veilig hun werk kunnen doen. Geweld tegen hulpverleners hoort nooit normaal te zijn. Als iedereen zonder noemenswaardige incidenten kan optreden en mensen een leuke nacht hebben gehad, dan ben ik tevreden.”


‘Het begint met elkaar weten te vinden’

Voor de gemeente Katwijk start de voorbereiding op de jaarwisseling al vroeg in het najaar. Jinthe Ouwehand heeft daar als gemeentelijk regisseur de leiding over. Zij coördineert de samenwerking tussen alle betrokken partijen: politie, brandweer, jongerenwerkers, handhaving, vergunningverlening en communicatie. “Het is mijn taak om te zorgen dat iedereen precies weet wat de plannen zijn en hoe we elkaar kunnen bereiken.”

Een belangrijk onderdeel van die voorbereiding is het integrale overleg dat Jinthe organiseert. “We komen voorafgaand aan de jaarwisseling met alle partners samen om af te spreken wat we waar kunnen verwachten. Na afloop evalueren we met dezelfde groep: wat ging goed, wat verdient aandacht voor volgend jaar?” Ook stelt de gemeente een compacte informatiekaart op, met alle risicolocaties, evenementen, contactpersonen en afspraken. Deze kaart wordt gedeeld met de politie, de brandweer en de veiligheidsregio.

Constructief en ondersteunend

Hoewel in de media wordt gespeculeerd over extra vuurwerkaankopen door het aankomende vuurwerkverbod, ziet Katwijk nog geen concrete signalen. “We verwachten wel dat mensen meer vuurwerk in huis halen en bewaren”, denkt Jinthe. “Maar de aanpak daarvan ligt vooral bij de politie. Voor ons geldt: we houden de normale voorbereiding aan en communiceren waar nodig.”

De samenwerking met VRHM ervaart zij als constructief en ondersteunend. “De veiligheidsregio levert heldere communicatierichtlijnen en verzamelt alle gemeentelijke informatie. Dat bundelen helpt enorm om regionaal overzicht te houden.”

Wanneer zij tevreden is? “Als de jaarwisseling veilig verloopt, we incidenten zoveel mogelijk hebben weten te voorkomen en we elkaar goed hebben weten te vinden. Dat is uiteindelijk waar het om draait.”


‘Onze aanpak is solide — geen signalen van extra onrust’

Waar landelijke media berichten over mogelijke extra vuurwerkoverlast, blijft het beeld in Alphen aan den Rijn vooralsnog stabiel. Dominic Kinsella, senior adviseur Openbare Orde en Veiligheid, ziet geen aanleiding tot extra zorgen. “Tot op heden hebben wij geen signalen dat de jaarwisseling onrustiger wordt dan anders.”

De voorbereiding verloopt volgens de vertrouwde structuur. Dominic verzamelt alle relevante informatie: vanuit de gemeente zelf, maar ook van partners als brandweer, politie en andere ketenpartners. “Op basis daarvan maak ik het draaiboek. Nadat het college dat heeft vastgesteld, plaats ik het in LCMS. Zo kunnen de hulpdiensten er direct bij wanneer dat nodig is.”

Het draaiboek bevat zowel beleidskaders als heel praktische elementen: risicolocaties, contactpersonen en afspraken over inzet. Daarnaast benadert Dominic scholen met tips om gebouwen goed af te sluiten en informeert hij aannemers en woningcorporaties die bouwprojecten hebben lopen. “Zo verklein je de kans dat er op zulke locaties iets onverwachts gebeurt.”

Ondanks de verwachtingen dat er meer vuurwerk wordt afgestoken, ziet Alphen geen reden voor extra ingrepen. “Onze aanpak is solide. We hebben wel iets meer budget vrijgemaakt voor communicatie, maar dat is het dan ook.”

Informatie uitwisselen

De samenwerking met VRHM is functioneel, met korte lijntjes wanneer dat nodig is. “Dit is vooral een lokaal vraagstuk; Alphen is nu eenmaal anders dan Gouda of Leiden. Maar operationeel stemmen we natuurlijk af, onder andere met de brandweer. Ook Bevolkingszorg en Gemeentelijke Crisisbeheersing (BGC) vraagt ons om onze lokale documenten in LCMS te plaatsen.”

Over het komende vuurwerkverbod is hij nuchter: “Ik verwacht geen enorme omslag, net zoals bij eerdere gedragsveranderingen zoals de verhoging van de alcoholleeftijd van 16 naar 18 jaar en het rookverbod dat heeft ook tijd nodig gehad. Uiteindelijk zie je wel degelijk resultaat.”

Tot slot pleit Dominic voor meer regionale kennisdeling: “Ik heb vorig jaar het initiatief genomen om met collega-gemeenten informatie uit te wisselen. Het zou waardevol zijn om coördinatoren eens regionaal samen te brengen om tips en tricks te delen. Als dat georganiseerd wordt, schuif ik graag aan.”


GHOR Hollands Midden ondersteunt niet-acute zorg

Niet-acute zorginstellingen spelen een belangrijke rol in de regionale zorgketen. Toch zijn deze ‘care’-instellingen vaak minder goed voorbereid op rampen en crises dan ziekenhuizen. Crisisvoorbereiding is voor hen in de wet minder omschreven en wordt in de praktijk regelmatig ‘erbij gedaan’. GHOR Hollands Midden werkt daarom aan bewustwording, begeleiding en het versterken van crisisstructuren. Relatiebeheerder Elmar de Waard ziet de urgentie groeien.

“Sinds COVID zien we hoe belangrijk de care-sector is voor de doorstroom van patiënten. Als een woonzorgcentrum uitvalt of tijdelijk geen cliënten kan opnemen, stokt de uitstroom in ziekenhuizen direct. Dan loopt de cure vast, en daarmee de zorg in de hele regio.”

Recente incidenten bevestigen die kwetsbaarheid. “Toen het lab van het Alrijne vorig jaar uitviel, had dat meteen grote impact op de regionale zorgcapaciteit.” Ook maatschappelijke ontwikkelingen vergroten de druk. Instellingen denken vaker na over langdurige stroomuitval, waterproblemen of evacuaties door extreme weersomstandigheden. Daarnaast helpt extra financiering vanuit NAZW (Netwerk Acute Zorg West) om trainingen en voorbereidingen beter te organiseren.

Contrast

Het contrast met de acute zorg is groot. “Ziekenhuizen hebben teams die zich fulltime bezighouden met crisisbeheersing”, zegt Elmar. “In de care-sector is het vaak een taak die iemand erbij doet. Dat maakt het lastiger om het onderwerp structureel op de agenda te krijgen.” Hij is duidelijk over wat een instelling minimaal op orde moet hebben: “Een BHV-plan, een evacuatieplan en een businesscontinuïteitsplan. Instellingen moeten weten hoelang ze kunnen blijven draaien voordat het kritiek wordt. En wij moeten dat weten om regionaal goed te kunnen handelen.”

Drie pijlers

Omdat het aantal instellingen groot is, werkt GHOR Hollands Midden met drie pijlers om te bepalen waar de aandacht het meest nodig is: biedt een organisatie 24/7 zorg met verblijf, wat is de impact op zorgcontinuïteit bij uitval, en ligt de locatie in een risicogebied? Kleinere partijen die niet binnen die pijlers vallen, worden niet uitgesloten. “Als zij om hulp vragen, gaan we in gesprek. We helpen waar we kunnen.”

Nieuwe aanpak

Op dit moment voert GHOR jaarlijks relatiebeheer met zo’n 15 tot 20 instellingen. In deze gesprekken wordt gekeken naar crisisplannen, zorgcontinuïteitsplannen, evacuatieplannen, oefenbehoeften en de samenstelling van crisisteams. “We richten ons vooral op samenwerking”, zegt Elmar. “Tussen bestuurders, crisisteams en de GHOR. Hoe werk je samen als het echt misgaat?”

Vanaf volgend jaar verandert de aanpak. “We starten met een bestuurlijke rapportage. We vragen plannen op, waarderen ze en bepalen waar instellingen staan. Dat geeft bestuurders inzicht én een stok achter de deur.” De DPG (Directeur Publieke Gezondheid) gebruikt die rapportage ook om richting het bestuur van VRHM te verantwoorden hoe de regio ervoor staat.

LCMS-Gz

Een belangrijke ontwikkeling is de introductie van LCMS-Gz in de care-sector. “Dat systeem helpt enorm tijdens een crisis”, legt Elmar uit. “Bij 72 uur uitval zie je via LCMS meteen welke instellingen problemen krijgen met water of stroom. Je kunt sneller besluiten nemen en de regio beter aansturen.” Een pilot met zorgverlener Topaz bevestigde dat. “Ze konden goed meedraaien, informatie delen en besluiten nemen. Ik vond dat sterk gedaan.”

Care-dag

In 2026 organiseert GHOR Hollands Midden samen met GHOR Haaglanden een regionale Care-dag, waar instellingen knelpunten kunnen inbrengen en gezamenlijk plannen worden ontwikkeld.


‘Gouwe Knal’: leren, schakelen en samenwerken onder druk

Het was nog donker boven de Gouwe toen inwoners van Waddinxveen een harde knal hoorden. Daarna hing er een prikkelende geur van rotte eieren in de lucht. Een tankschip was tegen de Hefbrug aangevaren. Verkeer kwam tot stilstand, bruggen liepen vast, en in het ‘effectgebied’ zaten tientallen mensen klem: op een rondvaartboot, in schoolbussen en in zorginstellingen waar de lucht steeds donkerder werd. Het was het begin van systeemtest ‘Gouwe Knal’.

Op 27 november 2025 vond deze jaarlijkse systeemtest van Veiligheidsregio Hollands Midden plaats. Dit jaar draaide de oefening onder de naam ‘Gouwe Knal’, met een realistisch en complex scenario in Waddinxveen en parallelle inzet op het VRHM-hoofdkantoor in Leiden-Zuid.

Een systeemtest is een grootschalige crisis­oefening waarin alle lagen van de crisisorganisatie — van CoPI tot en met het beleidsteam — tegelijk worden geactiveerd. Het ene jaar betreft dat een GRIP 3, het andere jaar een GRIP 4 incident. Het doel is om onder realistische omstandigheden te toetsen of processen, samenwerking en besluitvorming in de crisisketen goed werken.

Aanvaring

Om 07.30 uur kwam de eerste melding binnen op de meldkamer: bewoners hoorden een harde knal bij de Hefbrug in Waddinxveen. Een tankschip beladen met Tetrahydrothiofeen was tegen de brug gevaren. Het gevolg was een opeenstapeling van problemen: een stremming op de Gouwe, met grote impact op de A12, N11 en omliggende bruggen en er was direct sprake van een sterke zwavelachtige geur (‘rotte eieren’) in een groot gebied. Er bevonden zich bovendien kwetsbare groepen in het effectgebied, waaronder de rondvaartboot van Avifauna (met 70 opvarenden), twee in de file vaststaande schoolbussen (54 personen) en de bewoners van de zorginstellingen Souburgh en Lara Zorg.

Voor de gemeentelijke organisatie was het al snel zaak op te schalen. Het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) werkte vanuit het gemeentehuis van Waddinxveen, terwijl in Leiden-Zuid het Regionaal Operationeel Team (ROT) volop draaide.

Juiste keuzes

Rogier van Voorden (VRHM) was tijdens de systeemtest communicatieadviseur CoPI (Commando Plaats Incident) op VRHM-locatie Leiden-Zuid. Volgens hem is de systeemtest ‘meer dan een verplichte jaarlijkse toets’. “Het is dé kans om onder realistische omstandigheden te ontdekken hoe de keten samenwerkt, hoe besluitvorming loopt en waar de crisisteams elkaar moeten vinden. Want grote incidenten komen gelukkig maar heel weinig voor. De laatste GRIP 3 was na het treinongeval in Voorschoten. Juist daarom moeten we ze oefenen, met meerdere crisisteams tegelijk. Je ziet dan meteen: wanneer is wie in overleg, wanneer is informatie beschikbaar, wie heeft welke bevoegdheden? Dat is ontzettend leerzaam.”

Bijzonder aan dit scenario was dat er lang onzekerheid was over de gevaarlijke stof die was vrijgekomen, ofwel de rol van de ‘blauwe kegel’ op het schip. Daarom was het de vraag of een NL-Alert nodig was, en wat de risico’s waren voor zowel inwoners als hulpverleners. Ook de mogelijke instabiliteit van de Hefbrug speelde mee.

De tijdsdruk zorgde ervoor dat er snel keuzes gemaakt moesten worden. Rogier: “We hebben heel vroeg al een NL-Alert verstuurd, nog vóór het eerste crisisoverleg. Dat was belangrijk om inwoners direct te informeren. Je wilt immers geen minuten verliezen wanneer de dreiging groot is.”

Gedeelde alertheid

De systeemtest werd zoals gebruikelijk beoordeeld door externe waarnemers. Zij toetsten niet alleen op aanrijtijden en formele criteria, maar ook op de kwaliteit van de besluitvorming. “Natuurlijk wordt er dan gekeken naar timing”, zegt Rogier. “Maar wij vinden minstens zo belangrijk hoe besluiten tot stand komen: is er goed afgestemd, zijn belangen gedeeld, wordt informatie veilig en duidelijk uitgewisseld? Soms is een iets latere aankomsttijd minder relevant dan een beter doordachte beslissing.”

Binnen het CoPI vlak bij het incident viel wat hem betreft vooral de goede samenwerking en gedeelde alertheid op. Rogier: “Dat de oefening al om 07.30 uur begon, maakte het dit keer extra realistisch en vroeg direct volledige focus. Nou, die was er.” Bovendien ging de samenwerking in het CoPI goed, zo zag hij. “Daarbij was er steeds voldoende aandacht voor elkaars belangen.”

Rapportage

De bevindingen uit ‘Gouwe Knal’ worden verwerkt in een rapportage. Daarin bekijkt VRHM wat er (nog) beter kan, zoals verbeteringen in de informatievoorziening, de afstemming tussen gemeentelijke en regionale crisisteams, de snelheid en de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Rogier: “Uiteindelijk gaat het erom dat we als één systeem blijven leren. Niet om te slagen of te zakken, maar om samen beter voorbereid te zijn op echte incidenten.”


Evert Jan Nieuwenhuis, burgemeester Waddinxveen:

‘We hebben het met elkaar gedaan’

“Deze oefening heeft me opnieuw laten zien hoe complex een noodsituatie kan aanvoelen, zelfs als het om een simulatie gaat. Je ziet hoe snel informatie zich opstapelt en hoe belangrijk het is dat we werken vanuit rust en duidelijkheid. Iedereen heeft een eigen rol en tegelijkertijd is het van groot belang dat we in onderlinge verbondenheid en samenhang ons werk doen. Het bevestigt voor mij dat oefenen geen luxe is, maar een verantwoordelijkheid. Als de nood echt aan de man is, moeten we er staan.”

Leerzaam

“Tijdens de test werd ik al heel snel geconfronteerd met iets heel praktisch: als de Hefbrug echt dicht zou zijn, kom ik vanuit huis niet zomaar bij het gemeentehuis. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar in een crisis telt zoiets gelijk mee. Dat soort ervaringen maken zo’n oefening ontzettend leerzaam.”

Creativiteit

“Wat ik merkte, is dat het in het begin niet meteen spontaan verliep. Iedereen wil het natuurlijk heel netjes volgens het boekje doen. Maar na een tijdje zie je dat mensen loskomen en dat er meer creativiteit ontstaat. Dan komt de echte samenwerking op gang. Het formele moment van bijvoorbeeld een GBT-vergadering is belangrijk, maar het snelle overlegje tussendoor net zo goed. En als er daadwerkelijk een crisis is, zal het ook zo gaan, verwacht ik.”

Schakelen en aanpassen

“De oefening overvalt je toch een beetje, zoals een echte crisis dat ook zou doen en dat is juist goed. Zo bleek er een extern voorzitter van het GBT te zijn, dat had ik niet direct verwacht. Dat vroeg even schakelen en me aanpassen. Achteraf kijk ik daar wel goed op terug. Je moet goed op je eigen rol als burgemeester blijven letten, maar het feit dat ik niet zelf voor hoefde te zitten, gaf me wel meer ruimte om me te richten op de bestuurlijke keuzes die voorlagen.”

Waardevolle oefening

“Al met al kijk ik terug op een waardevolle oefening. Natuurlijk kunnen er dingen anders en beter. Maar hoe dan ook, zo’n ervaring helpt ons om vertrouwen op te bouwen. We hebben het met elkaar gedaan. Iedereen droeg zijn stukje bij en moest schakelen. Hier leren we van met elkaar. En nu kan ik wel zeggen: we zijn als organisatie sterker en beter voorbereid voor als het echt nodig is. Veel dank ook aan de medewerkers van onze veiligheidsregio en andere externen die meewerkten aan deze systeemtest. Mede dankzij jullie inzet verliep het soepel. En nu maar hopen dat de Hefbrug niet ècht geraakt wordt; daar zit werkelijk niemand op te wachten!”

‘Deze oefening gaf ons bevestiging én scherpte’

Voor Edwin Roggeveen, coördinator Team Veiligheid van de gemeente Waddinxveen, was systeemtest Gouwe Knal een realistische vuurdoop. Vanuit zijn functie als adviseur crisisbeheersing kent hij de crisiskolom goed, maar een volledige activatie van alle teams, van gemeentelijke crisisteams tot ROT, blijft uniek. “In reguliere oefeningen blijft het vaak abstract. Nu was alles echt: alarmering, opkomst, besluitvorming. Dat maakt het verschil.”

Edwin was vanaf de eerste melding in beeld. “Ik kwam aan in het gemeentehuis, collega’s stroomden binnen, vergaderzalen werden ingericht en vrijwel tegelijk had ik samen met de burgemeester contact met het ROT. De lijnen die je normaal alleen in theorie ziet, vielen nu volledig op hun plek.” Vooral de stap naar GRIP 3 maakte indruk. Edwin: “Het scenario dwong tot bestuurlijke keuzes en dilemma’s: wel of niet evacueren, over de informatievoorziening, over omgaan met onrust in de samenleving. Dat voelde echt.”

Evaluatie

De grootste winst is volgens hem dat Team Bevolkingszorg (gemeentelijke crisisorganisatie) heeft kunnen ervaren dat alle trainingen van het afgelopen anderhalf jaar zin hebben gehad. “Collega’s waren zekerder, hielden bijvoorbeeld de vergaderstructuur vast en wisten precies wat hun rol was. Dat gaf rust in het team.”

De evaluatie is intussen al in volle gang. Waddinxveen doet dat samen met Bodegraven, Gouda, Zuidplas en Krimpenerwaard. “We nemen het externe rapport door zodra dat er is, koppelen dat aan onze eigen observaties en bepalen: wat kunnen we nu al aanscherpen? Dat is het mooie van zo’n systeemtest. Je haalt er leerpunten uit voordat het écht misgaat.”


Zo werkt een motorkapoverleg

Hoe werken hulpdiensten samen wanneer een incident snel escaleert? Tijdens de regionale motorkapoefening bij Heineken in Zoeterwoude kregen Officieren van Dienst en woordvoerders twee dagen lang een reeks realistische scenario’s voorgeschoteld: van een ongeval met chemicaliën tot een politiek gevoelige aanslag en een grimmig illegaal feest.

In deze video is te zien hoe dat er vervolgens op het terrein zelf aan toegaat: kort op elkaar inspelen, afwegen, besluiten nemen en continu rekening houden met elkaars expertise en belangen. De beelden maken samenwerken onder druk tastbaar.


Deze nieuwe voertuigen versterken onze paraatheid in 2026

De afgelopen jaren heeft VRHM een grote vervangingsslag gemaakt: tussen 2022 en 2025 zijn alle 45 kazernes voorzien van nieuw materieel, van tankautospuiten tot autoladders en zelfs de introductie van de WTS-500. Met die reeks is een stevige basis gelegd.

In 2026 zetten we die modernisering voort. De infographic hieronder laat zien welke nieuwe voertuigen begin 2026 worden verwacht en waar ze worden gestationeerd. Opvallend is de verdere verduurzaming van ons materieel: de eerste volledig elektrische vrachtwagens en piketvoertuigen doen hun intrede. Daarnaast worden de voertuigen van diverse gespecialiseerde eenheden vernieuwd, zoals de arbeids-hygiënevoertuigen en hulpverleningsvoertuigen.

Deze investeringen zorgen ervoor dat onze brandweerkazernes beschikken over materieel dat past bij de huidige en toekomstige eisen van incidentbestrijding. Daarmee blijven we als regio wendbaar, betrouwbaar en goed voorbereid op de uitdagingen van morgen.

Bekijk hieronder het volledige overzicht van de voertuigen die in 2026 worden uitgeleverd, inclusief standplaatsen.


‘Oefenen met de brandweer? Doen!’

Een verward persoon rijdt met zijn auto tegen de gevel van het gemeentehuis en sticht vervolgens brand bij de balie van de afdeling Burgerzaken. Hoe kunnen hulpdiensten zich voorbereiden op een dergelijk incident? Dat doen zij onder meer door dit soort scenario’s na te spelen tijdens een realistische oefening. Zoals op 11 en 18 november gebeurde, bij het gemeentehuis in Hillegom.

Het idee voor deze oefening ontstond na contact tussen de brandweerkazerne en het gemeentehuis in Hillegom. De brandweer was op zoek naar bijzondere oefenlocatie en de gemeente wilde iets extra’s doen met de BHV-organisatie. “Bij een reguliere ontruimingsoefening gaat iedereen braaf naar buiten en dat is het dan wel”, zegt Mariëlle Noordoven, beleidsmedewerker Facilitaire zaken bij Werkorganisatie HLTsamen (gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen). “Tijdens een realistische oefening worden onze BHV’ers veel meer getest. Het incident is groter, er komt meer druk bij kijken en we oefenen de samenwerking met hulpverleningspartners. Dat heeft voor ons duidelijk een meerwaarde.”

Hetzelfde geldt voor de brandweer. “Reguliere oefenavonden zijn alleen met onze eigen ploeg. Als we een incident willen oefenen met meer kazernes, onder leiding van een Officier van Dienst én met andere partners, heb je daarvoor een locatie nodig waar je minimaal een grote brand kunt naspelen”, vertelt Robert Boshoven, bevelvoerder bij kazerne Hillegom. “De beschikbaarheid van het gemeentehuis bood een uitgelezen kans voor een realistische oefening. Zo kunnen we naast hulpverleningstaken ook onderlinge samenwerking oefenen. Het is ook goed om het gemeentehuis beter te leren kennen, voor het geval er echt een keer iets aan de hand is.”

Jerrycans benzine

De oefening vond plaats in de avonduren van 11 en 18 november, buiten de openingstijden van het gemeentehuis. Er reed dus een verward persoon met zijn auto tegen de gevel. Vervolgens stapte hij met twee jerrycans benzine de centrale hal binnen en stichtte brand. Een medewerker raakte gewond en er brak paniek uit. Naast de gemeentelijke BHV-organisatie deden de brandweerploegen van de kazernes Hillegom, Lisse en Bennebroek (Veiligheidsregio Kennemerland) mee aan de oefening. Om het zo realistisch mogelijk te maken kwam er ook een autoladder uit Lisse en een WTS500 (voor waterwinning) uit Sassenheim. Tijdens de tweede oefenavond sloten ook collega’s van ambulance (RAV) en de wijkagent aan.

“Totale chaos”, omschrijft Robert Boshoven de beginsituatie. “Dat is wat je wilt. We moesten eerst onderzoeken of we veilig konden optreden, aangezien de dader nog aanwezig was. Daarna konden de blus- en redwerkzaamheden starten. Er bleek ook nog iemand naar het dak te zijn gevlucht.” Mariëlle Noordoven: “Het was een mooie oefening. Er gebeurden onverwachte dingen. De spanning was voelbaar. Onze BHV’ers waren onder de indruk omdat het allemaal zo echt was. Dat is ontzettend leerzaam.”

Eyeopener

De oefening leverde voor de gemeente ook waardevolle lessen op. Mariëlle: “Ons protocol is dat BHV iedereen verzamelt in de centrale hal, maar daar vond nu juist het incident plaats. We konden de brandmeldinstallatie niet uitlezen en geen gebruikmaken van de portofoons die daar liggen. Dat was wel een eyeopener. Gelukkig beschikt onze BHV-organisatie over een app waarmee de telefoon ook als portofoon is te gebruiken. Dat werkte goed. Wat wij van de brandweer kunnen leren is dat we eerst de tijd nemen om een goed beeld van de situatie te vormen en niet zomaar beginnen met ontruimen. En we zouden misschien meer kunnen doen, nadat we betrokkenen hebben overgedragen aan de professionele hulpdiensten. Daar hoeft onze bijdrage niet te stoppen.”

Een mooie opbrengst dus. “Het was zonder meer geslaagd”, zegt Mariëlle. “Ik zou volgend jaar graag weer een oefening doen. Dan op een andere locatie, bijvoorbeeld in het gemeentehuis van Lisse. Tot voor kort hadden wij vanuit facilitaire zaken – waaronder de BHV-organisatie valt – eigenlijk geen contact met de brandweer. Dat lijntje is nu gelegd. Ik zou dit soort oefeningen ook echt aanraden aan andere organisaties. Als je de kans krijgt om met de brandweer te oefenen, zou ik dat zeker doen. Het kost natuurlijk wel wat organisatie, maar dat is de moeite meer dan waard.”


Samen werken aan veilige vuurwerkshows

Vuurwerk is in deze tijd van het jaar een beladen onderwerp. Maar volgens Marein Talsma, milieutechnisch toezichthouder bij de Omgevingsdienst West-Holland, is er veel mogelijk wanneer partijen vanaf het begin goed samenwerken. “We hebben allemaal hetzelfde doel: dat mensen kunnen genieten van vuurwerk zónder dat er iemand gewond raakt.”

Marein controleert bedrijven op milieuwetgeving en is specialist in professionele vuurwerkshows en -opslagen. In de regio gaat het jaarlijks om zo’n veertig shows en ruim twintig opslaglocaties. “Bij elke show kijken we: voldoet het bedrijf aan alle eisen, zijn de vergunningen op orde, wat doen de weersomstandigheden?” Daarbij is de inbreng van VRHM essentieel, stelt hij. “Brandweercollega’s kijken immers met een andere bril naar brandveiligheid dan wij.”

Samen optrekken

Ook bij vuurwerkopslag – de bunkers van verkooppunten – zoekt hij actief de samenwerking. “De regels zijn streng, en terecht. En meestal is het gewoon goed op orde. Maar het helpt enorm als iemand van de brandweer meeloopt. Dat uniform en die expertise geven gewicht aan het gesprek en helpen mij om goed en duidelijk te handhaven.”

Volgens Marein verloopt de samenwerking met VRHM uitstekend. “We hebben korte lijnen, wederzijds vertrouwen en dezelfde prioriteit. Veiligheid staat bij beide organisaties altijd voorop: voor publiek, omwonenden, gebouwen én de mensen die het vuurwerk afsteken. Als die basis klopt, blijft er binnen de wet veel mogelijk.”

Consequent blijven

Voor iedereen die toezicht houdt, heeft Marein nog een heldere boodschap: “Handhaven wordt pas moeilijk als je het níét doet. Zodra je een uitzondering maakt, verleg je de lat. Consequent zijn maakt het gesprek juist makkelijker.”

Tot slot nodigt hij VRHM-collega’s van harte uit om eens mee te gaan tijdens de opbouw van een grote vuurwerkshow. “Buiten, in het veld, zie je pas echt welke keuzes we maken en waar de brandweerblik het verschil kan maken. Twee paar ogen zien altijd meer dan één.”


Onze opgaven: tactische risicomonitoring

In het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ zijn 12 opgaven uitgewerkt waar VRHM mee aan de slag moet. Deze opgaven vormen het kompas voor de toekomst. In dit artikel vertellen we meer over de opgave ‘Wij werken risicogericht’.

De risico’s waar VRHM mee te maken heeft monitoren we op verschillende manieren. We werken al langere tijd met het Regionaal Risicoprofiel (RRP) en vorig jaar namen we het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) in gebruik. Het RRP is een inventarisatie en analyse van de aanwezige risico’s in onze regio. Dit document wordt eens per vier jaar tegen het licht gehouden. Het VIK richt zich op het actuele risicobeeld voor de aankomende twee weken. Tussen de termijnen van vier jaar en twee weken zit qua tijdbestek een groot gat. Vandaar dat er ook eens per vier maanden een Brede Jaarverwachting wordt opgesteld.

Droge inkt

“Het ritme van het RRP past niet meer bij de snelheid van de wereld om ons heen”, zegt Henri Verheggen, afdelingsmanager Risicoduiding. “De inkt van dat document is nog niet droog of er komen al nieuwe risico’s op ons af. De coronapandemie, de vluchtelingencrisis, de energietransitie: het zijn ontwikkelingen die elkaar de afgelopen jaren in hoog tempo opvolgden. Al die gebeurtenissen hebben ons geleerd dat we tijdig moeten reageren. Een Regionaal Risicoprofiel van eens per vier jaar is niet voldoende.”

Monitoren en vooruitdenken, dat is de opdracht. Met een mooie term ook wel tactische risicomonitoring genoemd. Henri: “We moeten begrijpen wat er op ons afkomt. Ook bij thema’s waarvan we nu nog niet weten of wij daar straks iets mee moeten. De vraag is steeds: wat betekent dit voor onze veiligheidsregio? Welke invloed kan de oorlog in Gaza hebben voor kwetsbare objecten in onze regio? Wat betekent een grootschalige stroomuitval voor de regio en onze eigen hulpverlening?”

Stoplicht

Dit soort kwesties worden viermaandelijks besproken door betrokkenen van verschillende afdelingen. De uitkomsten krijgen een plek in de Brede Jaarverwachting. In dat document wordt naast een beschrijving en analyse van de risico’s ook een stoplichtmodel gebruikt om de urgentie te duiden. Groene en gele thema’s vragen geen directe actie, maar oranje en rood wel. Dan kan nader onderzoek volgen. Het kan aanleiding zijn om planvorming of procedures te veranderen. En er moet worden bekeken of er extra capaciteit nodig is.

Maaike van de Vorst sluit aan bij de overleggen namens GHOR. Gezondheid & Veiligheid is het specifieke GHOR-thema, maar zij denkt ook mee over gerelateerde onderwerpen. “Neem grootschalige wateroverlast. Wat betekent dat voor de spoedeisende hulp? Zijn alle zorginstellingen nog wel bereikbaar? Een thema als cybercrime is ook erg actueel binnen de zorgketen. Zie het recente datalek bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Wij moeten ons voortdurend afvragen: Raakt dit onze regio? Is GHOR al aangehaakt? Vaak valt een nieuwe ontwikkeling onder een bestaand risico, maar soms zullen we onze kennis ook moeten verdiepen.”

Waterstof

Ziet Maaike al een thema waarop actie is gewenst? “Ik denk dat het gebruik van waterstof echt nog een blinde vlek is. Wet- en regelgeving lopen achter op de ontwikkelingen. Bij het transport wordt ammoniak als waterstofdrager gebruikt. Kunnen we de risico’s daarvan inschatten? Zijn we voldoende voorbereid op de geneeskundige aspecten van een incident?”

Zowel Henri als Maaike ziet de Brede Jaarverwachting als een toegevoegde waarde voor de risicomonitoring. Maaike: “Tijdens de overleggen komen interessante onderwerpen aan bod. Ik denk wel dat we met elkaar beter moeten bepalen wat we precies doen als een thema oranje of rood wordt. Welke acties horen daarbij?” Henri: “Het zou goed zijn als we de kleurcodes methodischer kunnen bepalen en minder op basis van gevoel. De AI-technieken kunnen ons hier mogelijk bij helpen. Daar zijn we al volop mee bezig. Bijvoorbeeld om efficiënter te werken, want tactische risicomonitoring is arbeidsintensief.”


‘Nederland valt uit’

De landelijke campagne 'Nederland valt uit' heeft onze samenleving deze maand aan het denken gezet. Voor het eerst werd grootschalig zichtbaar gemaakt wat er gebeurt als vitale voorzieningen uitvallen: geen stroom, geen water, geen pinautomaten, geen internet. Niet om angst aan te wakkeren, maar om dat belangrijke gesprek op gang te brengen: Hoe blijven we als samenleving sterk tijdens de eerste 72 uur van een noodsituatie?

De campagne bestond uit drie fases. Eerst werd het onderwerp persoonlijk gemaakt met verhalen van mensen die zo’n storing meemaakten. Daarna volgde een landelijk ‘ervaar-moment’, waarin partners in heel Nederland een storing simuleerden. Tot slot werden ervaringen gedeeld om te laten zien dat voorbereiden steeds normaler wordt.

In het hele land ontstonden inspirerende initiatieven. In een gemeente in Oost-Nederland leefden een aantal gezinnen vrijwillig drie dagen lang alsof alles was uitgevallen. Het leverde inzichten op over kwetsbaarheid, maar vooral ook over de kracht van samenredzaamheid, precies waar deze campagne om draait.

Ook in onze regio gebeurt veel en dat willen we graag laten zien. Zo heeft VRHM onder eigen medewerkers via de mini-campagne ‘Denk vooruit’ aandacht gevraagd voor dit onderwerp. Aan het woord kwamen medewerkers die thuis nét wat verder vooruitdenken dan gemiddeld. Van FM-radiootjes en tonnetjes-toiletten tot drie maanden voorraad in de schuur.

Acties van partners

Binnen VRHM werken we dagelijks aan risico- en crisisbeheersing, en we weten hoe belangrijk het is dat ook inwoners, organisaties en bedrijven zelf stappen zetten. Daarom willen we in de volgende editie van Impact Online ruimte geven aan partners van VRHM die hebben meegedaan aan ‘Nederland valt uit’, eigen initiatieven organiseerden of hun achterban stimuleerden om na te denken over de eerste 72 uur. Groot of klein, we horen het graag. In de komende editie van dit digitale magazine verschijnt een artikel waarin we terugblikken op wat er zoal in onze regio gebeurde en wat dat heeft opgeleverd.

Meedoen?

Stuur dan een korte beschrijving van uw activiteit of voorbeeld naar:
communicatie@vrhm.nl