Onze risico’s: extreme neerslag
Op zaterdag 7 oktober kwamen ambulance, brandweer, politie, defensie, Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap en de Nationale Reddingsvloot in actie op en rondom de Hollandsche IJssel bij Gouda. Er moesten tientallen mensen worden geëvacueerd van plekken die onder water stonden. Gelukkig betrof het een grootscheepse oefening. Het scenario ‘extreme neerslag’ was natuurlijk niet zomaar gekozen.

“Hoog water is een belangrijk thema in onze regio”, zegt adviseur Crisisbeheersing Ruby Hillegers. “Natuurlijk in het duingebied, maar ook landinwaarts zijn er risico’s om rekening mee te houden. We hebben veel regionale keringen die kunnen overstromen, waarna gebieden onder water komen te staan. Je moet je voorstellen dat de Krimpenerwaard een soort badkuip is, die volloopt als er heel veel water tegelijkertijd wordt aangevoerd. Dat kan gebeuren als we lokaal te maken krijgen met een enorme hoeveelheid neerslag, maar óók als dat elders gebeurt en daardoor de rivieren overlopen die onze regio doorkruisen.”
Meer regen
De kans op extreme neerslag is door de jaren heen toegenomen, beaamt Hisso Homan, veiligheidsmeteoroloog bij het KNMI. “Al nemen wij het woord ‘extreem’ zelf niet vaak in de mond. Wij gebruiken de term ‘overvloedige regenval’. Het is eigenlijk heel simpel: als de lucht één graad warmer is, kan deze zeven procent meer vocht bevatten. Aangezien de aarde opwarmt, valt er op sommige plaatsen gewoon meer regen. Daarmee is ook de kans toegenomen dat er heel veel regen tegelijk valt. Wat is veel? Er is geen vastomlijnde definitie, maar 30 mm per uur of 50 mm per dag zijn hoeveelheden die impact kunnen hebben op de samenleving. Bij de overstromingen in Limburg in 2021 was dat nog veel meer, maar dat was uitzonderlijk.”

Het KNMI dient het veiligheidsbelang in Nederland. Met de weersvoorspellingen van het instituut kunnen op tijd maatregelen worden getroffen om noodsituaties te voorkomen. “We staan in contact met het Landelijk Operationeel Crisiscentrum en onze data- en weermodellen worden automatisch gedeeld met Rijkswaterstaat en waterschappen”, vertelt Hisso. “Momenteel houden we een pilot met de zes zuidelijke veiligheidsregio’s om ook met hen meer standaard informatie te kunnen delen. Nu sturen we alleen twee keer peer week een matrix met onze weersverwachtingen voor de komende zeven dagen naar alle veiligheidsregio’s. Dat zou een completer pakket kunnen zijn.”
Spanningsveld
Voor het algemeen publiek gebruikt het KNMI een waarschuwingssystematiek met code geel, oranje en rood. Deze waarschuwingen zorgen regelmatig voor discussie. “Daar zit een duidelijk spanningsveld”, zegt Hisso. “In Nederland zien we graag dat verwachtingen en vooral waarschuwingen uitkomen, maar dat is helaas niet altijd het geval. Wij willen handelingsperspectief bieden en om die reden streven we ernaar om ruim van tevoren aan te kondigen dat er een mogelijke calamiteit met het weer op komst is.”
“Een code geel kunnen we tot maximaal 48 uur van tevoren afgeven, een code oranje of rood tot maximaal 24 uur van tevoren. Daardoor kan het gebeuren dat het weer uiteindelijk toch net wat minder heftig - of juist heftiger - uitpakt dan we voorzien hadden. Of dat het weer zich op andere plekken in het land voordoet. Daarbij heb je ook te maken met de grilligheid van bepaalde weersfenomenen, zoals onweersbuien. We kunnen met zekerheid zeggen dát er in een bepaalde regio een flinke onweersbui aan zit te komen, maar nog niet exact wáár en hoe laat precies. Dan kan het gebeuren dat die bui bijvoorbeeld niet óver, maar net lángs een festivalterrein trekt.”

Better safe
Hisso benadrukt dat het KNMI slechts een adviserende taak heeft. “Wij gaan niet over de besluiten die worden genomen naar aanleiding van onze voorspellingen. Wij bepalen niet of een piloot kan gaan vliegen of wanneer een veiligheidsregio overgaat tot het evacueren van mensen. Wij zijn er in principe alleen voor de juiste informatievoorziening over de weersomstandigheden. Heel af en toe besluiten we iets dwingender te adviseren. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens Pinkpop 2014, toen er noodweer op komst was en we er zeker van wilden zijn dat de organisatie zich bewust was van de heftigheid van die bui. Voor ons geldt: better safe than sorry, maar voor belanghebbenden kan die afweging lastiger zijn.”
Hoewel het niet tot de basistaken van het KNMI behoort, was Hisso ook betrokken bij de oefening van de Nationale Reddingsvloot. Het weerscenario was een langdurige periode met code oranje en veel regen, waarbij een groot gebied onder water kwam te staan. Dat er in die situaties niet één juiste aanpak geldt, bleek maar weer eens. “We hebben het scenario twee keer geoefend met verschillende teams”, vertelt Ruby. “Het was leuk om te zien dat er andere keuzes werden gemaakt, maar in beide gevallen is de oefening goed verlopen. Het evaluatierapport volgt nog, maar we hebben er een goed gevoel aan over gehouden.”
Enorm en langdurig
Oefeningen zoals die van de Nationale Reddingsvloot zijn vrij uniek. “Vooral omdat er veel operationele inzet wordt gevraagd”, zegt Ruby. “Er is mede daarom een game in ontwikkeling, waarbij incidenten met hoog water kunnen worden geoefend. Toch was er afgelopen mei ook al een grootscheepse operationele oefening van Samenwerking Crisisbeheersing Overstroming Randstad (SCOR), waarbij clusterbuien in Europa kritieke plekken veroorzaakten op diverse locaties in Nederland. De kans dat er in het echt zoiets gebeurt, is niet heel groot maar niet ondenkbaar. Maar áls het gebeurt is het een ramp van enorme en langdurige omvang, waarbij het aannemelijk is dat tal van voorzieningen uitvallen.”
Ga terug