- Evaluatierapport treinincident:
‘Voorbeeldige rampenbestrijding’
De crisisorganisatie en hulpdiensten hebben hun werk goed gedaan. Vanaf het eerste moment werd effectief met elkaar samengewerkt. Iets wat vooral te danken is aan de voorbereiding op zogenoemde ‘flitsincidenten’ Dat is de overall conclusie van het evaluatierapport rondom het treinincident in Voorschoten.

In de nacht van dinsdag 4 april vond rond 03.25 uur in de buurt van station Voorschoten een ernstig incident plaats op het spoor. Daarbij kwam één persoon om het leven en raakten ongeveer dertig mensen gewond, van wie een aantal (zeer) ernstig.
Veiligheidsregio Hollands Midden heeft, in afstemming met de gemeente Voorschoten, een externe evaluatie laten uitvoeren naar het functioneren van de crisisorganisatie tijdens dit treinincident. Deze evaluatie is uitgevoerd door het lectoraat Crisisbeheersing van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en het bureau Crisisplan. Het eindrapport werd donderdag 12 oktober door Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) overhandigd aan de plv. voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden, Peter van der Velden, en de burgemeester van Voorschoten, Nadine Stemerdink.
Goede samenwerking
De belangrijkste conclusie uit de evaluatie is dat de crisisorganisatie goed heeft gefunctioneerd en dat de hulpdiensten snel en adequaat hebben gereageerd. ‘De acute hulpverlening is professioneel, snel en in goede harmonie verlopen’, zo vermeldt het rapport. Ondervraagden en betrokkenen typeerden de acute hulpverlening als ‘voorbeeldige rampenbestrijding’.
Volgens de rapporteurs is dit vooral te danken aan de voorbereiding op zogenoemde ‘flitsincidenten’ maar ook aan de goede samenwerking tussen de ‘algemene’ en ‘functionele keten’ (bestaande uit o.a. de NS, ProRail, drinkwaterbedrijf Dunea en het Hoogheemraadschap van Rijnland).

Tevredenheid was er ook over momenten waarop improvisatie nodig was. Zo bleek het benoemen van een ‘liaison voor onderzoeksinstanties’ een gouden greep en ook de opvang door omwonenden van de niet- en lichtgewonden in twee nabijgelegen huizen is tot ieders tevredenheid verlopen. ‘De gemeente Voorschoten, Veiligheidsregio Hollands Midden, de operationele hulpdiensten en private ketenpartners hebben hun rol serieus en voortvarend opgepakt. Vanaf het eerste moment werd effectief met elkaar samengewerkt. De hoofdstructuur van de crisisorganisatie heeft goed gefunctioneerd’, aldus het rapport.
Leerpunten
Uiteraard zijn er ook enkele leerpunten geconstateerd. Zo hebben de ziekenhuizen in de regio door miscommunicatie onnodig opgeschaald. Achteraf beschouwd had het Calamiteitenhospitaal niet geactiveerd hoeven worden. Ook de slachtofferregistratie en zowel het opstarten als het afschalen van de Slachtofferinformatie-systematiek (SIS) verdienen nadere fine-tuning, aldus de onderzoekers. Verder zijn de niet- en lichtgewonde treinpassagiers die na het treinongeval door omwonenden werden opgevangen, te veel als ‘gestrande reizigers’ beschouwd. Het is de vraag of zij ‒ waar nodig ‒ hun weg naar de reguliere (na)zorg hebben gevonden, zo vragen de onderzoekers zich af.
Ten slotte had tijdens de nafase de ondersteuning vanuit de omliggende gemeenten en de veiligheidsregio, gezien de hoeveelheid werk die onder andere het schadeherstel voor de gemeente Voorschoten met zich meebracht, beter gecoördineerd kunnen worden.
De lessen uit de evaluatie worden gebruikt voor de verdere doorontwikkeling van de crisisorganisatie.
Ga terug