Impact Online - Lente '25
'De veiligheidsregio is van ons allemaal'
Ruim tien jaar was Liesbeth Spies burgemeester van Alphen aan den Rijn en vanuit die rol ook nauw betrokken bij onze organisatie. Zij blikt terug op een zeer prettige samenwerking. “Ik heb nooit in de rats gezeten of we een crisis aan zouden kunnen. En dat is dankzij de professionaliteit van VRHM en het vertrouwen in de mensen.”

Hoe kijkt u terug op de samenwerking met de veiligheidsregio?
“Het is een mooie traditie dat vertrekkende burgemeesters een fotoboek krijgen van de momenten die je met de veiligheidsregio hebt beleefd. Dat het een heel dik boek was, zal te maken hebben met mijn lange ambtsperiode en het uitgestrekte gebied. Maar eerlijk is eerlijk: we hebben ook gewoon een fiks aantal heftige incidenten gehad. Het Ridderhofdrama, het kraanongeluk, de wateroverlast in Boskoop, verschillende explosies, vele grote branden. We werden weleens het levend lab van de regio genoemd; in Alphen kon in het ‘echt geoefend worden’. Toch heb ik altijd rustig kunnen slapen en nooit in de rats gezeten. En dat is dankzij de handelingsvaardigheid, de paraatheid en de goede samenwerking met alle partijen. Ik heb hier grote waardering voor. Overigens waren er ook heel veel foto’s van gezellige korpsavonden, jaarmarkten en het in gebruikstellen van kazernes en brandweerauto’s waar ik bij mocht zijn.”
Maakt u zich zorgen over de consequenties van het Ravijnjaar?
“Gemeenten staan voor een grote financiële opgave omdat er in het zogeheten Ravijnjaar 2026 heel fiks gekort wordt op het Gemeentefonds. Dat is een grote zorg, maar pas op: het hemd is nader dan de rok. De veiligheidsregio is van ons allemaal. Om in het spreekwoord te blijven: de regio ís ons hemd en geen ‘luxe’ bovenkleding als een rok. Ik vraag gemeenten dus om voorzichtig te zijn; ga niet te veel snijden in de budgetten van de veiligheidsregio. Daar krijg je namelijk veel spijt van. Je bent dan minder uitvoeringsklaar bij crisis en ellende. En dan kunnen de (maatschappelijke) kosten heel hoog oplopen. Bovendien is de veiligheidsregio sober en doelmatig ingericht, en uit de benchmark blijkt dat er geen vet op de botten zit.”
Heeft u nog een advies voor VRHM?
“Blijf investeren in de koude fase, je bent namelijk nooit helemaal klaar. Daarmee zeg ik niets over wat er in de warme fase gebeurt: daar wordt goed gehandeld. Maar we krijgen als samenleving altijd nieuwe vormen van crises voor onze kiezen. Nu denken we over cyberaanvallen, droogte, overstromingen en netcongestie. Maar over tien jaar moeten we klaar zijn voor crises die we nu nog niet kunnen voorzien. Denk na over die scenario’s. Ook wil ik meegeven dat veiligheidsregio’s scherp moeten blijven op waar ze wel en niet van zijn. Als je goed werk levert, krijg je steeds meer klussen op je bord. Maar blijf rolvast; je kunt immers niet alles oppakken. Dit is overigens ook een opdracht naar de gemeenten; wees alert op wat je van de veiligheidsregio vraagt. En een laatste advies is om te blijven investeren in je personeel en in het bijzonder in de (vrijwillige) manschappen. Die lokale verankering is namelijk een enorm bindende kracht. Ze staan paraat bij incidenten, maar zorgen ook voor cohesie in lokale gemeenschappen. Daar was ik als burgemeester altijd zeer dankbaar voor.”
Druk interregionaal overleg na verzakking Valkenburgse Meer
Op 1 april kwam er rond 14.00 uur een melding van schade aan de waterkering van het Valkenburgse Meer, aan de Wassenaarse kant. Een deel van de kade bleek ingezakt. Enige tijd was onduidelijk of deze gebeurtenis ook effecten zou hebben op Katwijks en Leids grondgebied. Dat maakte het voor Ronald Stoffer, operationeel leider van VRHM, tot een complexe zaak waar uiteindelijk twee veiligheidsregio’s en drie burgemeesters bij betrokken raakten.

Sinds het incident, op 1 april, is een stuk oever van circa 23 meter breed en 250 meter lang in het Valkenburgse Meer verdwenen. Ook een verhard wandelpad, bomen en een vissteiger kwamen (deels) onder water terecht. Vanaf 4 april is er een noodverordening van kracht rondom het Valkenburgse Meer. Sindsdien is het verboden om op het meer en de aangegeven plekken rondom het meer te verblijven. Ook is er inmiddels een tijdelijke dam aangelegd aan de noordkant van de plas.
Spannend
Volgens Ronald Stoffer was het nog best even spannend toen hij als operationeel leider aan de lat stond om de beste route naar beheersing van het incident uit te stippelen. “In het begin was er namelijk nog sprake van GRIP 1, maar de Leider CoPI sprak de verwachting uit dat het snel GRIP 2 zou kunnen worden, iets wat ook gebeurd is.” Als GRIP 2 wordt afgekondigd, is er ook overkoepelende afstemming nodig buiten het brongebied, ofwel de plaats van het incident. Behalve een CoPI wordt er dan ook een ROT (Regionaal Operationeel Team) ingericht. Dit vindt altijd plaats op het kantoor van de veiligheidsregio.
Complex
Ronald: “De instorting van de kade was weliswaar in Wassenaar. Maar gedurende enige tijd was onzeker of er risico’s waren voor Hollands Midden. Eventueel had dat kunnen betekenen dat we zouden moeten gaan opschalen naar GRIP 3 of GRIP 4. Aanvankelijk dachten we dat het wel meeviel en dat het effectgebied beperkt zou blijven tot de regio Haaglanden. Maar na nieuwe informatie van het Hoogheemraadschap was dat ineens enige tijd onzeker. En zo werd het dus een incident van twee veiligheidsregio’s (Haaglanden en Hollands Midden) met allebei hun eigen ROT en moest er overlegd worden met drie burgemeesters (van Katwijk, Leiden en Wassenaar). Uiteindelijk is besloten om opschalen naar GRIP 3 of 4 op dat moment nog niet te doen, maar af te laten hangen van nadere duiding.”
Dat was niet het enige wat deze zaak complex maakte. Ronald: “Zo was dit nu typisch een crisis waar we heel erg afhankelijk waren van de informatievoorziening van veel verschillende partijen: van het Hoogheemraadschap, de Omgevingsdiensten, de provincie en vergeet ook de verschillende gemeenten niet die erbij betrokken waren. Ook dat maakte het er bepaald niet eenvoudiger op.
Videomateriaal
Hulp kreeg hij echter uit onverwachte hoek. Ronald: “Zo hebben media en inwoners ons geholpen in de beeldvorming over deze crisis. Videomateriaal dat we vanuit verschillende hoeken kregen aangedragen is diezelfde middag al gedeeld in de ROT’s. Daar hebben we in de beeldvorming ons voordeel mee kunnen doen.”
Inmiddels loopt er een evaluatie naar de inzet en naar de oorzaak van de verzakking. Het is nog onduidelijk wanneer de uitkomsten daarvan openbaar worden.
Campagne moet duinbranden voorkomen
‘Voorkomen van vuur is jouw natuur’. Dat is de slogan van de campagne die moet helpen om natuurbrand te voorkomen. Het is een landelijke campagne, maar speciaal voor Hollands Midden is er meer nadruk op het voorkomen van duinbranden. Ruby Hillegers, adviseur crisisbeheersing bij de sector Risico- en Crisisbeheersing van VRHM staat aan de lat om de campagne de komende – drogere - maanden onder de aandacht te brengen.

Samen met twee collega’s lanceert Ruby iedere maand een andere voorlichtingscampagne. “In maart kan het bijvoorbeeld gaan om hoe te handelen bij stormen. En als het warmer en droger wordt, is er dus aandacht voor natuurbrand of duinbrand. Deze campagne duurt meerdere maanden en start officieel in mei, maar gezien het weer en de vakanties moeten we wellicht iets eerder starten. Er zijn namelijk begin maart al twee branden geweest in Katwijk.”
Het liefst werkt het team samen met andere veiligheidsregio’s. “Waarom zou iedere veiligheidsregio zelf z’n eigen campagnes bedenken? Dat is zonde van de energie, kennis en budgetten. We wisten dat Noord-Oost-Gelderland een uitgebreide landelijke campagne rondom natuurbranden aan het ontwikkelen was. Daar konden we op voortborduren. Echter, ons risico ligt meer in het duingebied. Gelukkig konden we de bestaande content aanpassen en herkenbaar maken voor onze regio. Straks zullen – hopelijk - alle bewoners en bezoekers van Katwijk en Noordwijk de posters, video’s, flyers en online uitingen tegenkomen.”
Haarvaten van de samenleving
Ruby legt uit dat hiervoor wordt samengewerkt met ambassadeurs, zoals campingeigenaren, gemeenten, horecagelegenheden, vakantieparken en enkele sportverenigingen. “Vanzelfsprekend blijven de boodschap en de tips beter hangen als je ze overal tegenkomt. Dus op sociale media van al die partners, maar ook met een flyer in het welkomstpakket van een vakantiepark en met posters in strandhorecagelegenheden, om maar wat te noemen. Het is fijn dat deze partners actief willen meewerken. Ook de gemeenten zijn zich bewust van de urgentie en omarmen de campagne.”
Begin april is er een bijeenkomst met een interactief deel en een lezing. “Alle ambassadeurs krijgen dan een informatiepakket met materiaal, tips hoe het in te zetten en er is bijvoorbeeld ook een speciale mailbox ingesteld voor vragen. We willen de haarvaten van de samenleving in, dus dan wil je dat die ambassadeurs goed voorzien zijn van informatie en materialen.”
Tips
Tips die in de campagne gegeven worden variëren van het goed uitdoven van je sigaret, het zorgen voor een stevige ondergrond van een eventuele vuurkorf of barbecue, tot en met adviezen hoe te parkeren. Eigenaren van (vakantie)woningen nabij natuurgebieden of duingebieden krijgen daarnaast nog tips over bijvoorbeeld minder brandbare vegetatie, het belang van het schoonhouden van dakgoten en het toegankelijk houden van het huis voor de brandweer. Ruby: “De meeste natuur- en duinbranden zijn een gevolg van menselijk handelen. De rol van de mens mag dus niet onderschat worden, zowel in het voorkomen van brandgevaarlijke situaties, als in het snel melden van een brand. Vandaar deze campagne.”
Meer weten? Kijk op https://www.brandweer.nl/onderwerpen/natuurbrand-voorkomen/
'We moeten onze weerbaarheid vergroten'
Hoe maken we de samenleving weerbaar tegen (nieuwe) risico’s als cybercriminaliteit, de gevolgen van klimaatverandering en alle huidige geopolitieke spanningen? Waar staan gemeenten voor aan de lat en wat moeten inwoners zélf doen als het echt misgaat? Die discussie zal komende tijd volop gevoerd worden, verwacht Hans Démoed, de nieuwe coördinerend functionaris van de afdeling Bevolkingszorg en gemeentelijke crisisbeheersing (BGC).

Sinds 1 januari van dit jaar is Hans, in het dagelijks leven gemeentesecretaris in Kaag en Braassem, verantwoordelijk voor de organisatie van Bevolkingszorg en voor de gemeentelijke crisisbeheersing in de regio Hollands Midden. Hij doet dat in samenspraak met een afdelingsmanager, die de directe organisatorische aansturing van BGC doet. Deze afdeling is sinds begin dit jaar ondergebracht bij de sector Risico- en Crisisbeheersing (RCB) van VRHM.
Zijn onze gemeentelijke crisisfunctionarissen genoeg geoefend? Zijn we in staat op te schalen als dat nodig is? Hebben we voldoende mensen beschikbaar voor alle piketten? Hoe verloopt de afstemming tussen de crisisfunctionarissen van gemeenten en VRHM? Dat zijn allemaal vragen waar Hans zich mee bezighoudt. Als coördinerend functionaris van BGC zet hij strategisch de lijnen uit. Vanuit die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van de Veiligheidsdirectie van VRHM, waarin de ambtelijk eindverantwoordelijken van de belangrijkste partners binnen de veiligheidsregio vertegenwoordigd zijn.
Twee uitdagingen
In zijn nieuwe rol ziet hij twee belangrijke uitdagingen: “Allereerst weten we allemaal dat gemeenten het in 2026 financieel heel zwaar krijgen. We noemen dat in gemeenteland ook wel het Ravijnjaar. Als er minder geld beschikbaar is, dan zit er meer druk op van alles. Dus ook op Bevolkingszorg. Mijn zorg is: houden we dan nog genoeg middelen en mensen over om deze taak goed te kunnen vervullen? Zijn we nog in staat genoeg te oefenen? Kunnen we nog opschalen als dat nodig is? En zijn er in de toekomst nog genoeg goed opgeleide functionarissen beschikbaar?”
Die vraag is extra actueel nu er tegelijkertijd steeds meer een beroep op onze collectieve weerbaarheid wordt gedaan. Hans: “Er is veel dynamiek in de samenleving. Denk aan alle geopolitieke spanningen, de angst voor cyberaanvallen en alle gevolgen van klimaatverandering die we nu al ervaren. De vraag is wat we als gemeenten nog kunnen waarmaken als de nood aan de man komt. Of anders gezegd: hoe zorgen we ervoor dat de samenleving weerbaar is? En wat moeten inwoners wellicht zelf organiseren? Daar zullen we het gesprek over moeten gaan voeren.”
Rondje langs de velden
In 1992 startte hij zijn carrière als adviseur crisisbeheersing in de toenmalige gemeente Alkemade. “Ik herinner me dat het flink leuren was om aandacht voor het thema veiligheid te krijgen. Het moest altijd concurreren met andere beleidsterreinen zoals welzijn, onderwijs of ruimtelijke ordening. Die tijd is gelukkig voorbij. Ik ben er trots op als ik zie wat we inmiddels op het gebied van Bevolkingszorg al neergezet en gedaan hebben de afgelopen jaren. Zo hebben we onlangs weer een mooie opleidingsgids samengesteld om functionarissen van de juiste scholing te blijven voorzien en ik bespeur veel energie bij de adviseurs crisisbeheersing van onze gemeenten. Maar we moeten wel in beweging blijven.”
‘In beweging blijven’ betekent voor hem allereerst een ‘rondje langs de velden’ maken. “Ik ga met allerlei betrokkenen in de keten in gesprek, om nog scherper te krijgen waar wij wel en niet van zijn en wat daarvoor nodig is. Met de gemeentelijke adviseurs crisisbeheersing, maar ook met partners van VRHM. Omdat de risico’s veranderen, verandert ook het speelveld. Dat betekent dat we soms nieuwe partners moeten opzoeken of de afspraken met oude partners moeten aanscherpen. Delen we de opvatting dat de wereld verandert? En delen we de opvatting dat we het samen anders moeten gaan doen? Als dat het geval is, kunnen we aan de slag.”
Urgentie aanwakkeren
De vraag is dan wel: hebben we die tijd nog, gezien alle ontwikkelingen van de laatste tijd? Hans: “Aan de ene kant is er de urgentie om aan de slag te gaan. Aan de andere kant hebben veranderingen tijd nodig. Anders beklijven ze niet. En we moeten wel iedereen meenemen. Dus ja en nee. Ja, we moeten dit zorgvuldig doen. En nee, dat proces kunnen we niet uitstellen. We moeten nu verder.”
Hij hoop dat zijn ronde langs alle spelers in de keten de urgentie en het belang van de doorontwikkeling van Bevolkingszorg aanwakkert: “Als we erin slagen de aandacht voor alle nieuwe bedreigingen te vergroten, dan zullen we dat gaan terugzien. Ik zou het mooi vinden als we dat bijvoorbeeld kunnen zien in meer deelname van functionarissen aan opleidingen, trainingen en piketten. Ook hoop ik VRHM en gemeenten nog wat dichter bij elkaar te kunnen brengen. We hebben veiligheid via een gemeenschappelijke regeling organisatorisch op afstand gezet bij VRHM. Maar ik zeg tegelijkertijd altijd: ‘Dit zijn eigenlijk onze veiligheidscollega’s’. Ik zou het mooi vinden als dat besef ook wat meer groeit. We moeten dit namelijk met elkaar doen.”
Het VIK is live: 24/7 een actueel risicobeeld
De Veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden hebben gevierd dat het gezamenlijke Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) in gebruik is genomen. Dit is een digitale omgeving waar informatiestromen samenkomen over (aankomende) crises, zodat het mogelijk is meer aan de voorkant (koude en lauwe fase) van een crisis te komen en beter en sneller in te schatten of risico’s gevolgen hebben voor de crisisorganisatie.

Op 31 maart (Haaglanden) en 7 april (Hollands Midden) werden betrokkenen – met name crisisfunctionarissen uit beide regio’s – tijdens een lunchbijeenkomst bijgepraat over de vorderingen van het project. De boodschap: er is inmiddels een stevige basis gelegd. Er is een dashboard ontwikkeld met acht landelijk bepaalde hoofdthema’s en diverse (regionale) subthema’s. Dit dashboard wordt gevuld met data vanuit verschillende interne en externe bronnen. Hierdoor ontstaat 24/7 een actueel beeld van de risicosituaties in beide veiligheidsregio’s. Crisisfunctionarissen kunnen daardoor eerder in positie worden gebracht bij dreigende incidenten en crises. Van alarmering naar alertering.
Duiden en delen
De bijeengebrachte informatie wordt gemonitord door de medewerkers VIK (vijf uit Hollands Midden en zes uit Haaglanden) en, buiten kantooruren, door de dienstdoende calamiteitencoördinator in de Gemeenschappelijke Meldkamer. Zij duiden de informatie en classificeren deze met oplopende kleurcodes: groen, geel, oranje, rood. Crisisfunctionarissen kunnen het VIK raadplegen via het LCMS (Landelijk Crisis Management Systeem), waar zij nu ook al gebruik van maken tijdens hun piketdiensten. De kracht van het VIK schuilt in de stapeling van diverse risico’s. Bijvoorbeeld: een verhoogd risico op duinbranden in combinatie met een groot evenement en diverse wegwerkzaamheden. Al deze risico’s tegelijk kunnen aanleiding zijn om voorbereidingen te treffen voor een mogelijke crisissituatie.
Alle veiligheidsregio’s in Nederland hebben van het Rijk opdracht gekregen om een VIK in te richten. Overal in het land zijn hiervoor samenwerkingen opgestart. Haaglanden en Hollands Midden trekken samen op vanwege de gezamenlijke meldkamer en omdat zij als buurregio’s nauw met elkaar in contact staan. Vanuit ieder VIK wordt informatie gedeeld met het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio’s (KCR2). Zo ontstaat op landelijk niveau een gezamenlijk veiligheidsbeeld.
Meerwaarde
De projectleiders Cindy van Kerkhof en Rogier van Voorden benadrukken dat het VIK een extra voorziening is in dienst van de crisisorganisatie. Cindy: “Er zijn al veel informatiebronnen beschikbaar. De kwestie is vooral: hóé verzamelen we die. Waar informatie nu nog weleens rondgaat met een mailtje of een telefoontje, brengen we het nu op een datagestuurde manier samen in het VIK.”

Rogier: “Naast data-geïnformeerd werken en het samenbrengen van data van partners, doen we dit om de stapeling van risico’s inzichtelijk te maken en eerder focus te krijgen op risico’s en dreigingen. Als zich een spannende situatie aandient, willen we de relevante informatie vroegtijdig beschikbaar hebben. Daarmee kunnen we ons eerder en beter voorbereiden op een dreigende crisis. Het VIK moet echt een meerwaarde zijn. Dat een crisisfunctionaris na een crisissituatie denkt: Ik ben echt blij dat ik deze informatie had.”
Profiteren
Om het VIK verder te verfijnen is input nodig van de crisisfunctionarissen uit beide regio’s. Lilian Weber, Directeur Risico-en Crisisbeheersing in Hollands Midden, roept hen op om mee te denken over de verdere inrichting van de digitale omgeving. “Het eerste deel van het project is afgerond. Ik ben blij met wat we nu hebben en waar we staan. De vraag is: werkt dit? En wat werkt niet? De input en feedback van crisisfunctionarissen is zeer welkom, want uiteindelijk zijn zij degenen die van het VIK moeten profiteren.” Het projectteam VIK verzoekt crisisfunctionarissen om actief casussen aan te dragen waarin zij mogelijk een toekomstige rol zien weggelegd voor het VIK. Het uitwisselen van ervaringen helpt bij de doorontwikkeling van de voorziening.
Heb je vragen over het VIK of wil je meedenken? Neem contact op via vik@vrh2m.nl. VRH²M staat voor de samenwerking tussen Haaglanden en Hollands Midden.
'In je eentje ben je kansloos'
Een kwart eeuw geleden werd de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) opgericht. Taak: de regie voeren op de geneeskundige keten bij (de voorbereiding op) rampen en crises. Inmiddels is ruimschoots aangetoond dat dit van grote maatschappelijke meerwaarde is, concludeert Esther Dekker, afdelingsmanager bij GHOR Hollands Midden. En er is nog steeds genoeg werk te doen.

In 2020 evalueerde de commissie Muller de Wet Veiligheidsregio's. Eén van de conclusies was dat een separate GHOR niet langer nodig was. De GHOR-functie moest in plaats daarvan een integraal onderdeel worden van de veiligheidsregio’s. Esther: “Maar toen kwam de COVID-19 crisis en kantelde dat beeld. We hebben tijdens de pandemie aangetoond dat goede ketenregie essentieel is. Samenwerken, afstemmen en gezamenlijk handelen: daar draaide het allemaal om. In je eentje ben je kansloos.”
Ketenregie
De Oekraïnecrisis die bijna naadloos op de pandemie volgde en de opvangcrisis bij het COA, versterkten het belang van goede ketenregie alleen nog maar. Esther: “VRHM had razendsnel allerlei opvanglocaties geregeld. De GHOR heeft zich gestort op de coördinatie van zorg. En dat was keihard nodig. Want al die mensen die door ons opgevangen werden, hadden allerlei uiteenlopende zorgvragen. Ook daarvoor was ketenregie in de witte kolom het antwoord.”
Het drietal crises heeft er volgens Esther toe geleid dat de GHOR in de publieke opinie ineens ‘volwassen’ was geworden. Esther: “Dat waren we natuurlijk al lang. We waren er alleen niet zo goed in om duidelijk te vertellen wat we zoal deden. Die les hebben we nu wel geleerd: het helpt om goed te laten zien waar we van zijn. Daarmee komt de organisatie meer in positie en maken we onszelf automatisch meer zichtbaar.”
Zorgrisicoprofiel
In 2023 heeft de GHOR samen met zorgpartners voor Hollands Midden een Zorgrisicoprofiel (ZRP) voor de acute zorg, de curesector opgesteld. Het ZRP is een afgeleide van het Regionaal Risicoprofiel van VRHM. Esther: “Dat is een inventarisatie en analyse van alle risico’s die ons bedreigen. Denk aan overstromingen, natuurbranden of extreem weer. Het ZRP gaat in op de vraag welke effecten die mogelijke risico’s hebben op de zorgorganisaties en daarmee op de continuïteit van onze acute zorg.”
Hoe zijn we beter op al die risico’s voorbereid? Dat is natuurlijk de grote overkoepelende vraag die vervolgens om een antwoord vraagt. Een deel van dat antwoord zit ‘m in beter informatiemanagement. Esther: “Hoe eerder we weten dat iets foute boel is, hoe eerder we kunnen opschalen. Dus helpt het als we tegelijk over dezelfde informatie beschikken. In de curesector, voor acute zorg, werken we al zo sinds eind 2023. Daar hebben we het Landelijk Crisis Management Systeem Geneeskundige zorg (LCMS-Gz) waarin we eenduidige actuele informatie in een besloten omgeving kunnen delen zodra er een ramp of crisis uitbreekt. Zodat we met elkaar in staat zijn om sneller de juiste besluiten te nemen. Netcentrisch werken, noemen we dat.”
In de caresector, voor langdurige zorg, is de GHOR inmiddels bezig om een vergelijkbaar systeem op te zetten. Zodat – om maar wat te noemen - bij een volgende pandemie alle partners op dezelfde manier en op basis van dezelfde informatie individueel en met elkaar besluiten kunnen nemen. Ook is als ‘onderlegger’ voor de caresector inmiddels een Zorgrisicoprofiel opgesteld, net als dat de curesector al heeft. Esther: “Want daar hebben we echt met andere uitdagingen te maken dan in de acute zorg.”
Wat beter informatiemanagement kan opleveren werd in april 2023 duidelijk, bij het treinongeval in Voorschoten. Esther: “Doordat LCMS-Gz nog niet geïmplementeerd was, haakten wij als GHOR later aan. Op dat moment hadden drie ziekenhuizen in onze regio al besloten om te gaan opschalen. Bedenk maar eens hoeveel geld dat kost, om al die artsen en verpleegkundigen paraat te hebben. Terwijl de meeste slachtoffers op dat moment al naar het calamiteitenhospitaal waren gebracht.”
Eerder aan de bel trekken
Het heeft GHOR Hollands Midden ertoe aangezet om alle procedures nog eens grondig af te stoffen. Esther: “Dat heeft ertoe geleid dat we nu vaak al eerder dan gebruikelijk aan de bel trekken bij onze ketenpartners, mochten wij dat nodig achten. Waar dat normaal gesproken vanaf GRIP 2 gebeurt, doen we dat nu soms al eerder. Ook als een incident (nog) niet speelt in de andere kolommen van de veiligheidsregio.”
Zoals bijvoorbeeld vorig jaar toen het Alrijne Ziekenhuis een storing in het laboratorium had. Esther: “Dat betekende dat het ziekenhuis vanaf dat moment groepen patiënten niet meer kon behandelen. Deze werden opgevangen door het LUMC. Maar bij het LUMC begon het, door de vakantieperiode, ook over de schoenen te lopen. Dus was er sprake van een acute bedreiging van de zorgcontinuïteit. Vanaf dat moment draaide het informatiemanagement tussen de zorginstellingen op volle toeren.”
Dat de GHOR daarmee op de goede weg zit, bewijzen reacties van ketenpartners uit de curesector die inmiddels een jaar geoefend hebben met netcentrisch werken. Esther: “In het begin waren sommigen sceptisch. Alweer een nieuw systeem? Wat moeten we daarmee? Maar inmiddels krijgen we veel enthousiaste reacties: ‘Wat een geweldig systeem. En fijn, die korte lijnen’. Ik heb zelfs al ketenpartners die voorstellen om een LCMS-activiteit aan te maken in het systeem als zij iets op zich zien afkomen. Geweldig toch?”
Opdracht ongewijzigd
Sinds januari 2025 is de GHOR organisatorisch ondergebracht bij VRHM. Esther: “We doen nog steeds dezelfde dingen richting onze ketenpartners als toen we nog bij Hecht hoorden. Het verschil zit ‘m vooral op bedrijfsvoeringszaken zoals facturen, declaraties en urenregistratie; dat gebeurt nu in de VRHM-omgeving en dus in andere systemen. Dat is het enige waar we aan moeten wennen. We zitten al jaren in hetzelfde gebouw als VRHM, werken al jaren op de multidisciplinaire thema’s samen en we sluiten, net als de jaren daarvoor, aan bij het beleid dat door VRHM is opgesteld. Dat vertalen we naar GHOR-beleid voor de geneeskundige keten. Dat is door de transitie niet veranderd. Dat deden we de afgelopen 25 jaar al en dat blijven we ook in de toekomst doen.”
25 Jaar GHOR
De gezamenlijke GHOR-bureaus en GGD GHOR Nederland publiceren dit jubileumjaar een serie e-magazines over 25 jaar GHOR. Met verhalen uit het verleden: van de vuurwerkramp in Enschede tot het hoogwater in Limburg, van evenementenadvisering tot zorgrisicoprofielen, en van de coördinatie van de geneeskundige keten tot samenwerking met brandweer en politie. Het eerste magazine is gepubliceerd in januari. Bekijk hier dit magazine.
Alles draait in Ter Aar om duiken
Wat in 1975 begon met een tweedehands busje dat werd omgebouwd tot waterongevallenvoertuig, is uitgegroeid tot een belangrijke schakel binnen onze veiligheidsregio. Het duikteam van de brandweer in Ter Aar bestaat 50 jaar.

De oprichting van het duikteam was een reactie op de vele auto-ongelukken in de regio waarbij voertuigen in het water belandden. Mike Hijdra, duikploegleider en duikinstructeur in Ter Aar: “De toenmalige commandant vond dat er een duikteam moest komen. Hij stuitte op weerstand, er werd gedacht dat vrijwilligers dit niet aankonden. Maar de commandant zette door en het duikteam werd opgericht.”
De manschappen kochten een tweedehands busje en knapten het op. Er werden duikpakken en duikapparatuur aangeschaft en een kleine boot. Vier brandweermensen volgden hun duikopleiding onder begeleiding van instructeurs uit Leiden, waar al een duikteam actief was.
Brandweer als excuus
Het team in Ter Aar bestaat uit 23 vrijwilligers. Mike: “Alles draait hier om duiken. Als je vrijwilliger bij ons wordt, kom je bij het duikteam. Pas daarna volg je de manschappenopleiding van de brandweer. De brandweer is hier een soort excuus om duiker te worden. We werven hier geen vrijwilligers, het gaat via via. Enthousiastelingen melden zich vanzelf.” Bevelvoerder Andy van Vliet: “Het is overigens niet zo dat al onze vrijwilligers duikers zijn. Je kunt later stoppen met duiken. We hebben hier een mooie ploeg van 23 manschappen. 14 van hen zijn duikers. De overige 9 zijn duiker geweest.”

Teamwerk
Een duikteam rukt altijd in dezelfde samenstelling uit: twee duikers, een duikploegleider, een chauffeur en twee assistenten. “Eén duiker gaat te water, de ander staat paraat voor het geval er met de eerste duiker wat misgaat,” vertelt Mike. “Pas als er twee teams uitrukken, bijvoorbeeld bij een melding voertuig te water, kunnen er meer duikers worden ingezet. Andy vult aan: “Wij mogen tot 15 meter diep duiken en 50 meter uit de kant. In het geval van een oppervlakteredding mogen we tot 200 meter uit de kant.”
Meer uitrukken
De aard van de incidenten is door de jaren heen veranderd. “Twintig jaar geleden werden we vaak opgeroepen voor auto’s die in het water waren beland. Tegenwoordig zijn auto’s en wegen veiliger, waardoor dat minder vaak voorkomt,” vertelt Mike. Toch blijft het team druk met gemiddeld dertig tot vijfendertig inzetten per jaar. Duikcoördinator Erwin Mank: “Twintig jaar geleden was dat half zo veel. We rijden nu standaard tweezijdig met twee teams aan. Dat was toen ook nog niet zo.”
Waardevolle samenwerking na explosie Tarwekamp
Zaterdag 7 december om 6:18 uur wordt Den Haag opgeschrikt door een enorme explosie aan de Tarwekamp. Al snel wordt GRIP 2 afgekondigd. Er worden meerdere hulpverleningsteams ingezet, waaronder STH team-West vanuit Hollands Midden.

Rond half zeven wordt het Specialistische Technische Hulpverlening (STH) team-West gealarmeerd. Het team formeert in Alphen aan den Rijn en rukt uit met een tankautospuit, twee haakarmen vol materieel en een personenbus.
Hulpverleningsteams
Ook STH-Midden is snel op locatie. Kort nadat de STH-teams een opstelplaats voor het materieel bij de incidentlocatie hebben ingericht, arriveert het USAR.NL (Urban Search and Rescue) team. Er woedt brand, de hulpverleners moeten wachten tot de situatie veilig is. De teams van STH-Midden en USAR.NL controleren de kelders. De teamleider van STH-West legt de brandweer en andere diensten uit hoe de hulpverleners communiceren met internationale fluitsignalen, zodat bij een onveilige situatie iedereen weet wat hij moet doen. Zodra het veilig is, beginnen de hulpverleners met het afpellen van het puin en het zoeken naar slachtoffers.
Elkaar versterken
Wat volgt, is een intensieve samenwerking tussen de hulpverleningsteams en de brandweer. USAR.NL-team Delta uit Hollands Midden wordt zondag ingezet. Teamleider Alexander Kruisman: “STH en USAR.NL werken nauw samen, waarbij er overlap zit in wat we kunnen. Maar er zijn ook aanvullingen op elkaar. Zo beschikt STH bijvoorbeeld over een kleine terreinwagen met een platte bak waarmee puin kan worden verplaatst. USAR.NL beschikt over speurhonden, een bouwkundig specialist en reddingswerkers met een paramedische achtergrond.”
Forensische opsporing
De situatie is instabiel. De explosie heeft een groot deel van het woonblok verwoest, een verderop gelegen deel vertoont beweging. “Twee reddingswerkers schouwden continu of de situatie veilig was om in te werken”, vertelt Adrie van der Plas, Teamleider STH-West. ”De puinberg kon alleen van boven naar beneden worden afgepeld. We plaatsten de restanten van het puin op stalen platen om ze verder te onderzoeken. We deden dit uiterst voorzichtig, niemand wist wat er onder het puin lag. We werkten onder toeziend oog en begeleiding van de collega’s van de Forensische Opsporing (FO).”

GHOR
De GHOR speelde een essentiële rol in de coördinatie van medische zorg en slachtofferinformatie. “Een aantal slachtoffers werd opgevangen in onze regio,” vertelt Elmar de Waard, die op de dag van het incident bij GHOR Hollands Midden Hoofd Informatie Geneeskundige zorg (HIN-Gz) was. “In zo’n geval is het onze taak om informatie over deze personen te delen van de ziekenhuizen naar het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) met gebruik van het Slachtoffer Informatie Systematiek (SIS). Deze informatie werd vervolgens gebruikt door het team van ‘ikzoekmijnnaaste’ waar ongeruste naasten contact mee konden opnemen als ze vermoedden dat hun dierbare betrokken was bij de explosie.
Waardevol en intensief
Voor GHOR Hollands Midden bood dit incident een waardevolle gelegenheid om het SIS in een realistische crisissituatie te testen en door te ontwikkelen. “Het was de eerste keer dat we met het SIS konden oefenen in een situatie waarbij een incident formeel in een andere regio (Haaglanden, red.) plaatsvond”, aldus Sanne Kruijs, dienstdoende Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg. “Dit heeft ons waardevolle inzichten opgeleverd voor toekomstige inzet.”
Voor alle hulpverleners was dit overigens een unieke inzet. “Niet eerder hebben we in Nederland een inzet gehad waarbij STH en USAR.NL zo lang intensief hebben samengewerkt”, zegt Alexander. “Dit laat zien dat wij als hulpverleningsdiensten in staat zijn om een complexe situatie snel en gestructureerd op te lossen.”
'Samen meer oefenen helpt'
“Oefenen helpt om elkaars processen beter te leren kennen.” Dat zegt Martijn van der Kolk, Senior Adviseur Crisisbeheersing bij Stedin. Wat hem betreft mag VRHM de Randstedelijke netbeheerders daarom (nog) vaker uitnodigen.

Stedin is een regionale netbeheerder met ruim 2,3 miljoen klanten. Het verzorgingsgebied is een strook van Zeeland tot Utrecht. En daar valt ook een stuk van Hollands Midden in, grofweg tot de steden Leiden en Boskoop. In de regio Hollands Midden is daarnaast ook netbeheerder Alliander actief.
Op allerlei manieren en in verschillende situaties komt Stedin VRHM nu al tegen. Martijn: “Allereerst hebben we zogenoemde partneroverleggen, waarin we het hebben over de invulling van het samenwerkingsconvenant dat we met elkaar gesloten hebben. We denken mee bij het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel. Operationeel komen wij VRHM regelmatig tegen. Bij gaslekken of storingsmeldingen bijvoorbeeld. Of als er sprake is van opschaling van een incident met gas of elektra, denk aan uitval of afschakelen voor de veiligheid.”

Benaderbaar en professioneel
Daar bovenop vinden Stedin en VRHM elkaar al regelmatig als het gaat om opleiden, trainen en oefenen. Martijn: “Zo kregen we laatst de kans om mee te doen aan een CoPI-oefening in Hollands Midden. Voor ons was dat zeer waardevol. Wij leiden onze crisisfunctionarissen namelijk intern op. Dan is het goed om af en toe ook te ruiken en proeven aan hoe VRHM dat aanpakt. Wat ons betreft zou dat nog wat vaker mogen gebeuren.”
Martijn heeft VRHM leren kennen als een benaderbare, enthousiaste en professionele organisatie. “Sinds twee jaar merk ik dat VRHM flinke stappen heeft gezet om de samenwerking met ons nog beter te krijgen. Ter illustratie denk ik aan de bomruiming in Moordrecht. Via VRHM werden wij daarvan op de hoogte gebracht. Zodoende konden we onderzoeken of wij daar ook iets mee moesten. Dat soort informatie-uitwisselingen is tegenwoordig al min of meer gangbaar. Vroeger gebeurde dat veel minder.”
Netcentrisch
Er gaat dus eigenlijk al veel goed in de samenwerking met VRHM, vindt hij. “Het is fijn dat we als vitale partner actief betrokken worden bij symposia, overleggen, het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel en regelmatig kunnen meedoen met oefeningen.” Maar toch heeft Martijn ook iets op zijn wensenlijstje: “Net als VRHM werken wij netcentrisch met behulp van het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). Staat er iets op de agenda waarvan wij denken dat er risico is op een langdurige uitval of verstoring? Dan delen we dat waar mogelijk. Tegen VRHM zou ik willen zeggen: maak gebruik van het feit dat zowel Alliander als Stedin aangesloten zijn op LCMS.”
Maar misschien wel zijn belangrijkste tip is: ‘Laten we vooral blijven doen wat we nu al doen’. “Dat voegt namelijk echt iets toe aan hoe we ons werk doen. En daar profiteren niet alleen wij van, maar ook de samenleving.”
Met extra zorg investeren in onze netwerken
In het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ zijn 12 opgaven uitgewerkt waar VRHM mee aan de slag moet. Deze opgaven vormen – naast de dagelijkse werkzaamheden – het kompas voor de toekomst. In dit artikel vertellen we meer over de opgave ‘wij kennen onze partners’."

Netwerken is uiteraard niet nieuw voor VRHM, benadrukt adviseur crisisbeheersing Ingrid Nieuwenhuis. Wel anders. “Voorheen waren onze voornaamste partners degene die we tegenkwamen tijdens zogenoemde flitsrampen. Tegenwoordig worden we geconfronteerd met crisissen die complexer zijn, langer duren en waarbij de veiligheidsregio niet altijd de leiding heeft. COVID was in essentie een gezondheidscrisis, maar had effect op diverse hulpverleningsdomeinen. Het besef is er dat we als partners niet zonder elkaars kennis en vaardigheden kunnen. Of dat we als veiligheidsregio niet de capaciteit hebben om iets in ons eentje te doen, maar dat we het samen met partners en de samenleving moeten doen.”**
Wederkerigheid
Ingrid benadrukt dat samenwerken steeds meer gebeurt op basis van wederkerigheid. “Het draait niet alleen om wat je van een partner nodig hebt, maar ook om wat je kunt bieden. Dat je op basis van vertrouwen kennis met elkaar deelt en ook durft te praten over kwetsbaarheden. Dat kan alleen als er sprake is van een intrinsieke motivatie om met elkaar samen te werken en niet omdat het moet. De kracht van netwerkmanagement ligt ook in het feit dat iedere partner beschikt over een eigen achterliggend netwerk. Dat geldt zeker voor ons als veiligheidsregio. Wij kunnen verbindingen leggen tussen onze partners en hebben daar ook een leidende rol in.”
Om de gewenste verdieping aan te brengen in het netwerk van VRHM, pleit Ingrid voor een gestructureerde aanpak. Dit is ook vastgelegd in een ambitiedocument voor de komende jaren. “We streven naar regelmatig contact met onze partners, op basis van een vaste agenda en vastlegging in gespreksverslagen. Op die manier leren we elkaar als organisaties beter kennen en hangt samenwerking niet af van één persoon. Door vaker met elkaar te spreken, ga je beter begrijpen wat een partner nodig heeft. Soms zijn we te veel gefocust op onze eigen processen waardoor we bepaalde belangen niet onderkennen. Niet uit onwil, maar omdat we het niet zien.”
Wensenlijstje
Ook op het wensenlijstje: partnerschappen die zijn gericht op zelfredzaamheid van de samenleving. Ingrid: “Als veiligheidsregio zetten we ons in voor de zelfredzaamheid van bewoners. Dat betekent dat we partners moeten leren kennen die in contact staan mét bewoners. Denk bijvoorbeeld aan vrijwilligersorganisaties. We zouden ons samen met onze partners ook meer kunnen richten op risicomonitoring. Zodat we beter zien aankomen dat er mogelijk iets gaat gebeuren. Met de inrichting van het veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) worden daar goede stappen in gezet. Die kennis kunnen we delen. En tot slot zouden de 25 veiligheidsregio’s in Nederland meer uniformiteit kunnen nastreven, zodat partners ook weten waar ze aan toe zijn als ze met meer veiligheidsregio’s tegelijk te maken hebben.”
‘De blik steeds meer naar buiten’
Een van de partners van VRHM is drinkwaterbedrijf en duinbeheerder Dunea. Maureen van Rijn, adviseur crisismanagement bij Dunea, onderschrijft de wederkerigheid in samenwerkingen.
“Crisisbeheersing is voor ons geen kerntaak”, zegt Maureen. “Dan is het fijn om een professionele partner als de veiligheidsregio te hebben die daar wel volledig op is ingericht. Daar kunnen wij van leren. Op onze beurt kunnen wij veel gebiedskennis inbrengen. Dat kwam bijvoorbeeld samen tijdens een CoPI-oefening waarbij het scenario van een duinbrand in Katwijk centraal stond. Voor ons is het belangrijk om eens te ervaren wat het inhoudt als je in een CoPI-bak zit en tegelijkertijd leert VRHM ons ook kennen als duinbeheerder. Dat is dubbele winst.”
“Ik merk dat in crisismanagement de blik steeds meer naar buiten is gericht”, vervolgt Maureen. “Bij Dunea is meer aandacht voor incidenten en risico’s waarvan de oorzaak niet bij onszelf ligt, maar die wel effect kunnen hebben op de kwantiteit en/of kwaliteit van ons drinkwater. Het contact met de veiligheidsregio heeft er onder meer toe geleid dat wij worden gealarmeerd bij grote branden in de buurt van onze drinkwaterinstallaties. Rook kan van invloed zijn op onze processen omdat we daarvoor buitenlucht gebruiken. Het kan ook helpen als wij vroegtijdig op de hoogte zijn van spannende situaties. Grootschalige stroomuitval heeft bijvoorbeeld effect op de beschikbaarheid van drinkwater. Wat is vervolgens het handelingsperspectief? Dat is informatie waar veel organisaties baat bij hebben.”
Nieuwe voertuigen bij VRHM
Er zijn de afgelopen periode flink wat nieuwe voertuigen afgeleverd bij VRHM. En er staat nog meer op stapel. Welk materieel kunt u in de regio gaan tegenkomen? Een overzicht.

Water Transport Systeem (WTS)-500
Twee van in totaal zeven nieuwe WTS-500 voertuigen zijn geleverd aan kazernes Bodegraven en Zevenhuizen. De overige nieuwe WTS-voertuigen, die vanaf de kazernes Lekkerkerk, Voorschoten, Roelofarendsveen, Nieuwveen en Sassenheim uitrukken, worden later dit jaar en begin volgend jaar uitgeleverd. In totaal komen er tien van deze watervoertuigen in Hollands Midden te staan. De voertuigen hebben 10.000 liter water bij zich en zijn uitgerust met lange toevoerslangen. Maar ze kunnen ook water halen uit nabijgelegen oppervlaktewater.
HV's
Er komen drie nieuwe Hulpverleningsvoertuigen (HV's) in de regio. De voertuigen worden in Slovenië opgebouwd. Ook de bepakking wordt daar aangebracht. De voertuigen worden naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 opgeleverd.
Arbeidshygiëne- en cateringvoertuig
De arbeidshygiëne-voertuigen en het cateringvoertuig worden vervangen. De eerstgenoemden blijven vanuit Alphen aan den Rijn en Leiden-Noord uitrukken. Ze worden volledig vernieuwd en voorzien van een omkleedruimte. Het nieuwe cateringvoertuig, voorzien van ingebouwde toiletvoorziening, blijft vanuit Waddinxveen ingezet worden. De verwachting is dat deze volgend jaar operationeel is.
Logistieke voertuigen
De vrachtwagens die het logistieke transport naar alle kazernes verzorgen, worden vervangen door elektrisch rijdende vrachtwagens. Aangezien deze voertuigen in de milieuzones van gemeenten gaan rijden, is het noodzakelijk om over te gaan op elektrisch aangedreven vrachtwagens. De verwachte datum van aflevering is 1 juli 2026.
IM CoPI voertuigen
De twee voertuigen voor de Informatiemanagers van het CoPI zijn vervangen. Er is gekozen voor hybride voertuigen. Waar de vorige auto's nog rood van kleur waren, zijn de nieuwe voertuigen in de kleur groen.
Vaartuigen
De kazerne Ter Aar heeft weer de beschikking over een brandweerboot. Deze is afkomstig van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en is voor het gebruik in Ter Aar aangepast met o.a. een neerklapbare beugel en voorzien van een nieuwe trailer.
Autoladders
In 2022 is de eerste van de acht nieuwe autoladders vervangen. Sinds de zomer 2024 zijn het zesde en zevende voertuig operationeel. De laatste autoladder, van kazerne Bergambacht, wordt naar verwachting in mei 2025 uitgeleverd.