header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Met veel plezier presenteer ik je een nieuwe editie van ons Onderwijs Onderweg Swipezine. De afgelopen periode hebben we opnieuw belangrijke stappen gezet om het onderwijs voor brandweer- en crisisprofessionals verder te verbeteren. Dat zie je terug in de uiteenlopende artikelen in dit magazine: van doorontwikkelingen in het manschap-onderwijs tot onderzoek naar verdergaande samenwerkingen én een verdere uitwerking hoe ons onderwijsstelsel er in de toekomst uit kan zien.

Wat deze editie vooral zichtbaar maakt, is de gezamenlijke inzet van iedereen die bij het onderwijs betrokken is: van vakmensen in de praktijk tot onderwijspartners en het programmateam. Hun inzichten, ervaringen en ideeën vormen de rode draad door alle verhalen heen. Samen bouwen we aan een onderwijsstelsel dat meebeweegt met de realiteit van het vak en aansluit bij wat professionals nú én straks nodig hebben.

Graag kijk ik ook alvast vooruit: op 16 april 2026 organiseren we een groot event voor iedereen die betrokken is bij, of geïnteresseerd is in, de ontwikkeling van ons onderwijs. Een mooie gelegenheid om elkaar te ontmoeten, kennis te delen en samen verder vooruit te kijken. In het nieuwe jaar volgt hier meer informatie over, maar zet de datum alvast in je agenda.

Ik wens je veel leesplezier en hoop dat deze editie opnieuw inspireert en uitnodigt om mee te denken én mee te doen.

Frans Schippers
Programmadirecteur Onderwijs Onderweg

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

De afgelopen maanden is volop gebouwd, ontdekt en uitgeprobeerd. Etappe 3 en 4 vormden samen een periode waarin we het onderwijsstelsel verder hebben verkend én verstevigd. In dit terugblikverhaal nemen we je mee langs de belangrijkste mijlpalen en kijken we alvast vooruit naar wat 2026 ons brengt.

Etappe 3: verdieping, visie en verrassende stappen vooruit

3 februari 2025 – 18 september 2025

Etappe 3 stond in het teken van verdieping: beter begrijpen hoe het onderwijsstelsel werkt en scherper krijgen wat er vanuit de beroepspraktijk nodig is. In de vorige editie van het Swipezine deelden we al veel van die inzichten.

Maar er gebeurde meer. Zo heeft het Veiligheidsberaad op 27 juni gesproken over ons voorstel om de wet- en regelgeving over het onderwijsstelsel voor de veiligheidsregio’s simpeler en duidelijker te maken. Dat voorstel staat in een document; een two-pager. Deze is door het Veiligheidsberaad aangeboden aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Ook presenteerden alle opleidingsinstituten in juli een gezamenlijke onderwijsvisie.

Daarnaast onderzochten we of er steun is voor één landelijk opleidingsinstituut voor alle veiligheidsregio’s. Daarvoor is in het voorjaar van 2025 een enquête uitgezet onder 28 organisaties: de 25 veiligheidsregio’s en drie interregionale opleidingsinstituten. Ook brachten we in kaart welke aanstellingsvormen voor instructeurs er op dit moment in het land worden gebruikt.

Etappe 3 werd weer afgesloten met een etappebijeenkomst in Lopik. Daar werd duidelijk: als we de krachten bundelen, kunnen we in korte tijd veel bereiken.

Etappe 4: Helderheid creëren om verder te kunnen bouwen

19 september 2025 – 31 december 2025

Etappe 4 loopt op dit moment op zijn einde en stond in het teken van meer duidelijkheid: heldere rollen, duidelijke afspraken en een stevig fundament onder het stelsel. In deze editie van het Swipezine lees je hier alles over terug.

Een van de stappen is het onderzoek naar de aanstelling van instructeurs. De praktijk laat zien dat veiligheidsregio’s verschillende arbeidsvormen gebruiken, variërend van inhuur tot aanstellingen en alles daartussenin. Dat levert niet alleen verschillen op, maar soms ook juridische risico’s, zoals rond de Wet DBA of rechtspositieregelingen. Daarom brengen we nu in kaart hoe de huidige situatie is en werken we toe naar een beschrijving van een situatie waarin arbeidsvormen landelijk eenduidig, werkbaar en juridisch houdbaar zijn. In 2026 delen we hier graag meer over.

Bekijk onderstaande video voor een compleet beeld van wat er tot nu toe is gedaan.


De stap van ideeën naar onderwijsontwikkeling begint nu pas echt

Met de vastgestelde onderwijsvisie ligt er een sterke basis. Het komende jaar zetten we een belangrijke stap: van visie naar uitwerking. In 2026 werken we de visie verder uit in een opleidings- en examenvisie, inclusief ontwerpprincipes die richting geven aan verdere onderwijsontwikkeling.

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Een belangrijk onderdeel van het programma Onderwijs Onderweg is duidelijk maken wie wat doet in het onderwijs. In de vierde etappe hebben we daarom veel tijd en energie gestoken in gesprekken met alle betrokken partijen. Samen hebben we de notitie ‘Klaar voor sterk samenspel’ opgesteld. Daarin staat helder beschreven wie waarvoor verantwoordelijk is.

Het programma liet eerder al zien dat er veel partijen betrokken zijn bij het onderwijs. Op dit moment werken die partijen soms nog als F-pupillen op een kluitje. Wij willen toe naar een duidelijke opstelling waarmee we op Champions League-niveau kunnen spelen. In etappe 2 en 3 deden we praktijkervaring op. Daardoor werd steeds duidelijker wie welke rol heeft. Nu die rollen helder zijn, kunnen we versnellen. De notitie ‘Klaar voor sterk samenspel’ laat zien hoe die nieuwe opstelling eruitziet.

Wat verandert er aan de opstelling?

De basis sterker
Het onderwijs is functiegericht. Dat betekent dat we opleiden voor een concrete functie in de beroepspraktijk, tot het niveau van startbekwaam medewerker. Vakraden krijgen hierin een duidelijke rol. Zij bepalen welke kennis en vaardigheden nodig zijn om het werk in brandweerzorg en crisisbeheersing goed te kunnen doen. Ook zorgen zij ervoor dat functies blijven aansluiten bij wat medewerkers in de praktijk nodig hebben.
Tot nu toe was niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het beheer van deze functies. In de nieuwe opzet stelt het collectief van werkgevers het functiestelsel vast. Zij voeren hierover overleg met de vakorganisaties.

Opleidingsinstituten minder versnipperd
In de nieuwe opstelling werken de opleidingsinstituten samen in één samenwerkingsverband. Er komt een landelijk opleidingsprogramma per functie. Het onderwijs richt zich op leren, toetsen en examineren op een manier die past bij de functie. Zo weten we zeker dat deelnemers de juiste kennis en vaardigheden opdoen.
Opleidingsinstituten worden onafhankelijk geaccrediteerd en zorgen zelf dat de kwaliteit van het onderwijs op orde is. Het NIPV is naast opleidingsinstituut ook de ontwikkelaar van les- en leerstof en is verantwoordelijk voor de diplomering. Daarmee borgt het NIPV ook de kwaliteit van de examinering.

Vaste teams en gezamenlijke monitoring
Zowel de beroepspraktijk als het onderwijs werken voortaan met vaste teams. Daardoor is sneller duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Er is geen enkele partij die het onderwijsstelsel als geheel kan aansturen. Daarom stellen we een Onderwijsraad Veiligheidsregio’s in, waarin alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd.
Deze raad houdt gezamenlijk zicht op hoe het onderwijs zich verder ontwikkelt en of de gemaakte afspraken blijven werken.

Wil je meer lezen over de nieuwe opstelling? Kijk dan op ons platform voor de volledige notitie.

Hoe verder?

In de komende etappe maken we een invoeringsplan. Daarin werken we uit hoe de verdere inrichting eruitziet, welke capaciteit nodig is en hoe de bekostiging wordt geregeld. Ook leggen we de basis voor een te ontwerpen ministeriële regeling. Daarin worden de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen vastgelegd.

Wil je meer weten? Stuur ons dan een bericht via onderwijsonderweg@nipv.nl

Twee dialoogrondes

Om te komen tot de notitie ‘Klaar voor sterk samenspel’ is uitgebreid overleg gevoerd met een brede groep betrokkenen. Op basis van een eerste concept zijn twee uitgebreide dialoogrondes georganiseerd.

We spraken onder andere met vertegenwoordigers van de vakraden Brandveiligheid, Risico- en Crisisbeheersing, Incidentbestrijding, Bedrijfsvoering en Informatievoorziening, de vakraad Leren en ontwikkelen, de werkveldadviescommissie, het NIPV in verschillende rollen (waaronder Bureau Toezicht Examinering en Certificering), de (inter)regionale opleidingsinstituten, het onderwijscuratorium, vakbonden en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de Inspectie Justitie en Veiligheid.

De opbrengst van deze gesprekken is vastgelegd in de notitie. Daarin staat beschreven wie wat doet in elk onderdeel van de onderwijscirkel (zie afbeelding).

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Eerder dit jaar is vanuit het programma Onderwijs Onderweg het voorstel gelanceerd om de functie Manschap op te splitsen in ‘Brandwacht A, B en C’. Die denkrichting heeft flink wat reacties losgemaakt en zorgt voor nieuwsgierigheid over het vervolg. Projectleider Alex van Schaik vraagt om geduld. Tegelijkertijd kondigt hij aanpassingen aan in de huidige manschap opleiding. “Het is mooi om te zien dat de input vanuit de praktijk, die in het land is opgehaald, nu al wordt verwerkt.”

Eerst nog even terug naar het voorstel voor ‘Brandwacht A, B en C’. Dit idee is ontstaan na tal van gesprekken overal in het land, samengevat in de formulering van de vraag vanuit de beroepspraktijk. Terugkerende thema’s: de manschappenopleiding duurt lang, bevat achterhaalde onderdelen en er worden alleskunners opgeleid, die hun vaardigheden in de praktijk vaak niet volledig gebruiken.

Een splitsing van de functie in ‘Brandwacht A, B en C’ zorgt ervoor dat op drie niveaus kan worden opgeleid. De opleidingen kunnen gefaseerd worden gevolgd en niet iedereen hoeft tot en met C te doorlopen. Dit biedt meer flexibiliteit. 'Brandwacht C' staat in het voorstel ongeveer gelijk aan wat nu Manschap is. Het is een brede basis, die aansluit op wat in de praktijk nodig is. Aansluitend op die competenties kunnen de specialisaties Brandbestrijding en Hulpverlening worden gevolgd. 'Brandwacht A en B' hebben een beperkter takenpakket, maar de precieze grenzen zijn nog niet bepaald.

Middenweg

Het voorstel heeft veel reacties losgemaakt, zowel positief als negatief. “Dat is logisch en daar ben ik ook blij mee”, zegt Alex van Schaik. “Die reacties gaan ons helpen om weer een stap verder te komen. We zullen een middenweg moeten vinden. Grosso modo is het oordeel dat een splitsing in ‘Brandwacht A, B, C’ ons gaat helpen om van de brandweer een bredere hulpverleningsorganisatie te maken. Nieuwe collega’s zijn niet voor het oprapen. Met dit voorstel kunnen we de groep geïnteresseerden vergroten. Wie door het brandweervirus wordt gegrepen leert door tot en met ‘Brandwacht C’. Gebeurt dat niet bij iedereen, ook prima. Die mensen houden we dan wel binnenboord voor de uitvoering van andere taken.”

Binnen de Vakraad Incidentbestrijding en het programma Toekomstgerichte Brandweerzorg – geleid door Dennis van Zanten – zal verder gesproken moeten worden over het voorstel voor ‘Brandwacht A, B, C’. “Maar in de tussentijd zitten we niet stil”, vertelt Alex. “De vraag uit de beroepspraktijk leert ons dat er quick wins zijn te behalen door de huidige opleiding Manschap een update te geven. Met die signalen willen we aan de slag. Met enkele aanpassingen willen we ballast – onderdelen waar te veel nadruk op ligt of die inmiddels zijn verouderd – uit de opleidingen halen. Dat zijn geen heel gekke dingen.”


Manschap 3.0


“Met deze update – Manschap 3.0 gedoopt – keren we meer terug naar de basis van het brandweervak”, vervolgt Alex. “De maatschappij en onze werkomgeving zijn veranderd, maar de opleidingen niet. Leren we nog wel wat nodig is? Moeten we manschappen nog wel aanleren hoe ze heel precies bepaalde procedures moeten uitvoeren of volstaat het in sommige gevallen om ze de veiligheidsbeginselen bij te brengen? De vraag uit de beroepspraktijk laat zien dat in de opleidingen relatief veel aandacht is voor de modules Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) en Technische Hulpverlening (THV). Met het NIPV, de regionale opleidingsinstituten en deskundigen gaan we na of we dit tot de de basisvaardigheden kunnen beperken.”

Deze quick wins betekenen dat de manschappenopleiding korter zou kunnen worden. “Efficiënter opleiden, dat is wat we willen”, zegt Alex. “Maar het zou ook kunnen dat als er iets uit de opleidingen wordt gehaald, er iets anders voor terugkomt. Zagen is bijvoorbeeld een thema waar misschien wel meer aandacht aan mag worden besteed. Net als bij ‘Brandwacht A, B, C’ bestaan er verschillende meningen. Maar in het algemeen is iedereen het erover eens dat we manschappen geen kunstjes moeten aanleren, die ze in de praktijk niet of nauwelijks gebruiken. En in regio’s waar ze de te schrappen onderdelen wél heel belangrijk vinden, kunnen ze natuurlijk zelf een regio specifieke aanvulling toevoegen.”

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Het project Manschap binnen het programma Onderwijs Onderweg startte met het ophalen van de vraag vanuit de beroepspraktijk. Daaruit kwam onder meer naar voren dat er behoefte is aan extra aandacht voor het thema mentale weerbaarheid. Er wordt een apart project opgetuigd om te onderzoeken hoe mentale weerbaarheid een plek kan krijgen als bijscholingsmodule.

Mentale weerbaarheid is het vermogen om met moeilijke situaties om te gaan. Binnen de brandweer kan dat een flinke uitdaging zijn. Brandweermensen worden herhaaldelijk blootgesteld aan ingrijpende incidenten: ernstig letsel, overlijden, betrokkenheid van kinderen en dergelijke. De bewustwording rondom dit thema is gegroeid, want er zijn steeds meer voorbeelden van brandweermensen die kampen met PTSS (Posttraumatische Stressstoornis), een psychische aandoening die kan ontstaan nadat iemand iets heel ingrijpends heeft meegemaakt.

Verantwoord werken

Alex van Schaik is binnen het programma Onderwijs Onderweg projectleider Manschap. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor het ophalen van de vraag uit de beroepspraktijk, waarin mentale weerbaarheid als aandachtspunt werd aangemerkt. “Op een verantwoorde manier je vak uitoefenen, zodat je dit werk voor langere tijd gezond kunt volhouden”, vat Alex het vraagstuk samen. “Dit is op dit moment nog geen standaard onderdeel van onze brandweeropleidingen.”

Dat moet het wel worden. Alex: “Als we aan de voorkant kennis aanbieden over mentale weerbaarheid kan dat wellicht het verschil maken bij de verwerking van ernstige incidenten. Dit kan een opleidingsonderdeel worden waar alle veiligheidsregio’s iets aan hebben. Vandaar dat we het standaard in onze opleidingen willen opnemen. Zowel in de basisopleidingen voor aankomende manschappen als een bijscholingstraject voor zittende manschappen.”

Plan van aanpak

Hoe dat er inhoudelijk precies uit gaat zien, wordt nog verder onderzocht. “We gaan eerst inventariseren welke tools al worden gebruikt en waar de praktijkmensen behoefte aan hebben”, zeg Alex. “Vervolgens stellen we een plan van aanpak op en gaan we samen met deskundigen kijken hoe we mentale weerbaarheid in een bijscholingsmodule een plek kunnen geven in ons brandweeronderwijs. Echt mooi dat dit een heel concreet project is naar aanleiding van de vraag uit de beroepspraktijk voor Manschap.”

Meld je aan!

Voordat we starten met de ontwikkeling van een landelijke bijscholingsmodule Mentale Weerbaarheid, halen we tijdens districtsbijeenkomsten opnieuw de vraag op uit de beroepspraktijk. Met manschappen en bevelvoerders gaan we in gesprek over behoeften, ervaringen en wat iedereen in Nederland als basis zou moeten weten over mentale weerbaarheid. Ben je manschap of bevelvoerder en wil je hierover meepraten? Meld je dan snel aan!

Data en locaties:

Noordwest – Purmerend: 13 januari 2026
Noord- en Oost-Gelderland – Apeldoorn: 14 januari 2026
Zuid – Waalre: 15 januari 2026
Midden – Hilversum: 20 januari 2026
West – Oud Beijerland : 21 januari 2026
Noord – Drachten: 2 februari 2026

Tijd: 19.30 – 21.30 uur

Aanmelden: stuur een mail naar onderwijsonderweg@nipv.nl

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Een van de projecten van het Programma Onderwijs Onderweg is het onder de loep nemen van de opleidingen voor beginnend Operationeel Leider en Leider CoPI. Sluiten deze opleidingen nog wel aan bij de praktijk? Om die vraag te beantwoorden moeten we op zoek naar de ‘Vraag uit de beroepspraktijk’. Projectleider Annemarie van Daalen praat ons bij over de voortgang, de uitdagingen onderweg en de eerste inzichten die zijn opgehaald.

Hoewel niet alles volgens plan verliep – waarover later meer – en het project nog loopt, heeft Annemarie een eerste beeld opgesteld.

Operationeel Leider

Wat betreft de rol van Operationeel Leider (OL) is duidelijk dat de OL inzetbaar moet zijn bij soorten crises waar we een aantal jaren geleden nog geen rekening mee hielden. Zo zijn ze bijvoorbeeld niet voorbereid op crises met een langdurig karakter. En dat terwijl de praktijk – denk aan de coronacrisis en de opvang van vluchtelingen – laat zien dat een crisis maanden of zelfs jaren kan duren. Veiligheidsregio’s zoeken verschillende oplossingen. Een regio heeft bijvoorbeeld een aparte groep gevormd voor langdurige crises. Andere regio’s vinden juist dat een Operationeel Leider beide typen moet kunnen coördineren. Een belangrijke vraag is: wordt de Operationeel Leider van de toekomst een alleskunner of ontstaan er aparte rollen voor korte en lange crises?

Leider CoPI

Traditioneel is de Leider CoPI (LC) verantwoordelijk voor het brongebied van een crisis, terwijl de Operationeel Leider zich richt op het effectgebied. In sommige regio’s lopen die rollen in elkaar over: de Leider CoPI stuurt zowel bron- als effectgebied aan en heeft daarover contact met een bestuurder. Het schuiven met taken roept vragen op. Als je de rol van Leider CoPI verbreedt, wat betekent dat dan voor vakbekwaam blijven? En hoe richt je de landelijke opleiding in als een Leider CoPI in de ene regio een uitgebreider takenpakket heeft dan in een andere regio?”

Vakbekwaam blijven

Een kwestie die speelt bij zowel Operationeel Leiders als Leiders CoPI is dan ook het bijhouden van vakbekwaamheid. Bij verschillende gesprekken kwam naar voren dat men zelf behoefte heeft aan meer tijd voor de eigen vakbekwaamheid. “Dit is een belangrijk signaal”, benadrukt Annemarie. “We kunnen de mooiste opleidingen neerzetten, maar als er in de praktijk geen tijd is om kennis en vaardigheden bij te houden, dan staan we alsnog met lege handen.”

Extra input ophalen

Annemarie haalde input op met behulp van een online vragenlijst voor zowel OL’s, LC’s als leden van een Operationeel Team en een CoPi. Ook bezocht zij zelf diverse regio’s. “Ik heb alle veiligheidsregio’s gevraagd of ik mocht aansluiten bij een regulier werkoverleg met Operationeel Leiders en Leiders CoPI. Bij negen regio’s paste dit in de planning. We hebben samen goede gesprekken gevoerd over de rol van deze functionarissen. De vragen en gesprekken gingen hierbij vooral over noodzakelijke aanpassingen van kerntaken en bijbehorende competenties.”

Annemarie heeft binnen het project veel samengewerkt met Selma van der Haar, Decaan opleidingen Crisisbeheersing bij het NIPV. Hun oorspronkelijke plan was om afgelopen mei en juni twee ‘ophaal’sessies te organiseren bij het NIPV in Arnhem. De timing bleek niet optimaal – betrokkenen van veel veiligheidsregio’s waren op dat moment te druk. De sessies zijn opnieuw gepland in september en oktober met begeleiding van specialisten in leiderschap van de Universiteit Maastricht. Zij gebruikten een creatieve werkvorm, waarbij deelnemers hun ideeën niet in woorden maar in beelden uitdrukken, wat tijdens de sessies al vaak verrassende inzichten opleverde.

Strategisch en bestuurlijk

Daarmee was het ophalen van de vraag uit de beroepspraktijk nog niet afgerond. Ook een aantal burgemeesters en directeuren Veiligheidsregio is geïnterviewd. “Zij kijken vanuit een ander perspectief: strategisch en bestuurlijk”, verklaart Annemarie. “Ik heb op basis van inmiddels opgehaalde uitkomsten hun reacties opgehaald, met de vraag: herkennen jullie dit beeld? Of moet er iets worden aangescherpt?” Deze aanvullende uitvraag zorgt voor een verdieping van het eerste concept. Hiermee kan nu de balans worden opgemaakt: wat vraagt de beroepspraktijk vanuit verschillende invalshoeken nu van Operationeel Leiders en Leiders CoPI? Deze ‘vraag uit de beroepspraktijk’ is in december besproken in de Vakraad Crisisbeheersing.”

Annemarie kijkt positief vooruit: “Het traject is intensiever dan ik had verwacht, maar het levert veel op. Door input van medewerkers, bestuurders en wetenschap te combineren, weten we beter wat nodig is en kunnen we gaan werken aan een kwalificatiedossier en daarna aan opleidingen die goed aansluiten bij de praktijk. Zo zorgen we ervoor dat Operationeel Leiders en Leiders CoPI ook in de toekomst hun cruciale rol in de crisisorganisatie goed kunnen vervullen.”

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Wanneer is een brandweerman of -vrouw vakbekwaam? Die vraag blijkt lastig te beantwoorden. Tijdens het Brandweerevent 2025 presenteerden Elleke van Lingen (VR Kennemerland), Ymko Attema (VR Twente) en Simon Stenneberg (VR Kennemerland) de eerste bevindingen van hun onderzoek naar de aantoonbaarheid van vakbekwaamheid binnen de brandweer. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Vakraad Leren en ontwikkelen en vormt een belangrijke bouwsteen voor de verdere ontwikkeling.

Uit de gesprekken met regio’s kwam een helder beeld naar voren: overal leeft de behoefte aan duidelijkheid, maar er is geen gezamenlijk kader meer. “We hebben gemerkt dat we als Brandweer Nederland nauwelijks zicht hebben op waar iemand precies aan moet voldoen”, zegt Elleke. “Iedere regio doet zijn best, maar allemaal op een net andere manier. Terwijl we wél met dezelfde vraagstukken bezig zijn.”

Duidelijk is ook dat het schort aan diepgang, stelt Ymko. “We registreren vooral aanwezigheid: iemand die op de oefenavond komt, krijgt een vinkje. Maar we moeten tegelijkertijd ook oppassen dat we niet ‘doorprofessionaliseren’. Oefenen is ook bedoeld voor teamvorming en moet ook leuk zijn.”

Ook ontbreekt een eenduidige visie op de vraag wat er gebeurt als iemand niet voldoet aan de norm. “Sommige regio’s denken al aan ontwikkelgerichte trajecten, vergelijkbaar met een functioneringscyclus”, aldus Elleke. “Maar dat is nog lang niet overal praktijk.”

Drie sporen van onderzoek

Het onderzoek bestond uit drie deelsporen:

  1. Inzicht krijgen in bestaande kaders – wat is ooit bedacht?
  2. Inzicht krijgen in de praktijk – hoe gaat het nu in de regio’s?
  3. Nut en noodzaak definiëren – waarom zou aantoonbaarheid belangrijk zijn?

Voor dat laatste onderdeel werkten de onderzoekers samen met de Universiteit van Twente. Studenten vergeleken de brandweer met andere veiligheidsberoepen, zoals politie, ambulance en de KNRM. Hun conclusie: aantoonbare vakbekwaamheid draagt bij aan betere kwaliteit, meer eigen veiligheid en groter vertrouwen van de burger.

“Interessant was dat andere beroepsgroepen vaak werken met een persoonlijk portfolio met eigen leer- en oefenbehoeften”, vertelt Simon. “Bij de brandweer denken we nog te vaak top-down. Dat mag echt mensgerichter.”

Oude plannen, nieuwe kansen

Het idee van landelijke borging is overigens niet nieuw. Al in 2013, bij het project Versterking Brandweeronderwijs, werd afgesproken dat vakbekwaamheid centrale ondersteuning zou krijgen. “Op papier stond het allemaal keurig uitgewerkt”, zegt Simon. “Maar in de praktijk is het nooit van de grond gekomen. Er zijn wel actuele normen ontwikkeld, maar niet actueel bijgehouden, en er zijn geen kwaliteitsinstrumenten voor uitvoering in de regio's ontwikkeld.”

Bovendien ontbreekt een gemeenschappelijke taal. Begrippen als ‘portfolio’, ‘toets’ en ‘waarnemen’, maar ook ‘bijscholen’ en ‘trainen’ worden in elke regio anders geïnterpreteerd. “Dat zorgt voor ruis”, erkent Elleke. “We spreken dezelfde woorden, maar bedoelen soms iets heel anders.”

Ontwikkelgerichte vakbekwaamheid

De onderzoekers pleiten daarom voor een nieuwe, ontwikkelgerichte benadering. Niet afvinken, maar verbeteren. Niet controleren, maar ondersteunen. “Het is tijd voor een gamechanger”, aldus Simon. “Vakbekwaamheid moet niet draaien om vinkjes, maar om een leven lang ontwikkelen.”

De volgende stap is om de aansluiting op het gedachtegoed van Onderwijs Onderweg te zoeken en te werken aan het verder verbeteren van het stelsel voor vakbekwaam blijven. Daarvoor levert het programma projectleider Marianne Heijndijk. Zij neemt in opdracht van de vakraad deze volgende stap.

Marianne: “Vakbekwaam blijven en een leven lang leren zijn van grote betekenis voor ons werkveld en liggen mij ook na aan het hart. Ik kijk er dus naar uit om samen met de collega’s in het project hier een impuls aan te kunnen geven. We gaan het gesprek met betrokkenen binnen het stelsel opzoeken. Samen ontstaan immers de beste ideeën!" Een andere partner is de Vakraad Incidentbestrijding omdat die de vakinhoud, en dus de norm, bepaalt.

Elleke besluit: “We willen voorkomen dat dit een papieren werkelijkheid wordt. Aantoonbare vakbekwaamheid gaat over mensen, niet over mappen. Het is een gezamenlijke opgave om kwaliteit, veiligheid en professionaliteit zichtbaar te maken.”

Vakraad Leren en ontwikkelen

De Vakraad Leren en ontwikkelen is een landelijk overlegorgaan waar de managers vakbekwaamheid van de 25 veiligheidsregio’s samenwerken. De vakraad adviseert over strategie, stimuleert kennisdeling en initieert onderzoeken en pilots die bijdragen aan verbetering van vakbekwaamheid in de regio’s.

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Onderwijs Onderweg onderzoekt – in samenwerking met de Vakraad Leren en ontwikkelen en de Vakraad Incidentbestrijding – hoe de opleidingen van het brandweerduiken toekomstbestendiger kunnen worden. Een van onze oplossingen hiervoor is de introductie van een duikautoriteit; een persoon of groep die het inhoudelijke gezag heeft bij de brandweer in Nederland, van wie de vakkennis en expertise niet ter discussie staat. De voortgang van dit onderzoek bespreken we met Duncan van de Laar (Vakraad Leren en ontwikkelen) en Marinus van de Velde (Vakraad Incidentbestrijding).

Het brandweerduiken is een specialistische taak met stevige vakbekwaamheidseisen", stelt Marinus. "Als het gaat om vakbekwaam worden en vakbekwaam blijven wordt veel van betrokkenen gevraagd. Voor zowel beroeps- als vrijwillige brandweerduikers kan het specialisme een pittige belasting zijn, met als gevolg dat teams soms niet meer inzetbaar zijn. Tegelijkertijd zien we dat de organisatie van het brandweerduiken erg versnipperd is. Dat geldt voor de kennis over het specialisme, de procedures, het onderwijs en het materieel. Vanuit landelijk perspectief is het niet altijd duidelijk wie waar over gaat en wie besluiten mag nemen."

Uitgebreide praktijkverkenning

Uitgangspunt is de visie waterongevallenbeheersing (WO) uit 2023 en de opdracht van de RCDV aan de vakraad Leren en ontwikkelen (LO) om een toekomstbestendige voorziening te bouwen voor het opleiden op het gebied van waterongevallenbeheersing. In de visie WO wordt onder andere gesteld dat er behoefte is aan regie op het vakbekwaam worden en blijven. Het onderzoek is gestart met een praktijkverkenning door een werkgroep met collega’s uit de veiligheidsregio’s Haaglanden, Utrecht, IJsselland en Zeeland. Daarna is deze verkenning als door de vakraad LO en het programma Onderwijs Onderweg verder opgepakt.

Collectieve uitdaging

Uit het onderzoek blijkt dat behoefte is aan een duikautoriteit. Door een ‘autoriteit’ aan te wijzen, wordt kennis en expertise op landelijke schaal ontwikkeld, beheerd en geborgd. Een autoriteit overziet het speelveld, heeft kennis en expertise van brandweerduiken, kan inhoudelijk adviseren, koers bepalen, ‘alles overwegende’ besluiten nemen en lastige knopen doorhakken. Een autoriteit voor het brandweerduiken heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de vraag vanuit de beroepspraktijk. Het samen organiseren van de vraag uit de beroepspraktijk is een voorwaarde voor goed, praktijkgericht, flexibel en actueel onderwijs voor brandweerduiken.

Meer regie en grip gaat dus ook over de beschikbaarheid van brandweerduikopleidingen. Duncan: “Tot nu toe hebben we het brandweerduiken nooit nadrukkelijk bekrachtigd als een landelijke aangelegenheid van 25 veiligheidsregio’s. Daar willen we nu duidelijkheid over hebben. We kunnen dan werken aan een oplossing om ook in de toekomst voldoende brandweerduikleergangen te hebben en voldoende duikinstructeurs en ondersteunende medewerkers. En we geloven dat we dit vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid beter geregeld krijgen. Daarom leggen we onze ideeën voor aan de RCDV.”

In eigen hand

“We moeten nog verder uitzoeken wat die autoriteit dan precies is”, vult Marinus aan. “We vragen het vertrouwen van de RCDV om dat te mogen doen. We willen graag meer grip op de elementen die belangrijk zijn voor het brandweerduikvak. Meer regie en coördinatie op brandweerduikvraagstukken vanuit een gezamenlijke organisatie gaat ons helpen. Denk aan de implementatie van het oppervlakteluchtsysteem. Neem je dit verplicht of als keuze op in de opleiding? Wanneer is een regiospecifieke benadering logischer dan een landelijke? Wat is haalbaar, betaalbaar en organiseerbaar?”

Wat de toekomst betreft, staat er best wat op het spel. “De brandweer is de enige hulpdienst die onder water levensreddende handelingen verricht”, zegt Duncan. “Daar mogen we niet lichtzinnig mee omgaan. Daarom is het onderzoek wat we doen ook zo belangrijk. Het beeld van brandweerduiken is vaak: duur, moeilijk en ingewikkeld. Iedereen weet een beetje en weinig collega's hebben zicht op het totale speelveld. Het is goed dat we daar een keer gezamenlijk op brede schaal naar kijken. Je merkt dat betrokkenen enthousiast zijn. Er zit weer beweging in en dat zorgt voor nieuwe energie.”

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

Hoe kunnen we de samenwerking tussen regionale opleidingsinstituten versterken? Op welke taken? En wat zijn dan de randvoorwaarden? Dat onderzoekt Michel Thijssen.

‘Inventariseer de mogelijkheden/onderwerpen/thema’s van samenwerking, binnen een periode van vijf jaar, tussen de opleidingsinstituten voor brandweer en crisisbeheersing van de veiligheidsregio’s en het NIPV’. Dat is de concrete onderzoeksopdracht waar Michel mee is gestart.

Het doel is inzicht geven aan de RCDV, het NIPV en de opleidingsinstituten welke samenwerking wenselijk en realistisch is. Maar ook: welke samenwerkingsvormen hierbij passen, wat dit dan oplevert, en binnen welke termijn de samenwerking te realiseren is.

Eerste fase

“In de eerste fase ga ik zo concreet mogelijk maken waar de samenwerking mogelijk kan verbeteren”, aldus Michel. “Daarvoor ga ik in gesprek met de verschillende opleidingsinstituten. Ik vraag hen op taakniveau of zij ‘wel’, ‘mogelijk’ of ‘niet’ willen samenwerken. Denk aan taken als het ontwikkelen van opleidingen, personeelszorg van instructeurs, het maken van planningen en het ontwikkelen van scenario’s voor examens. Ook onderzoek ik of er bereidheid is tot samenwerking op het gebied van materialen, locaties en bijvoorbeeld bedrijfsmatige ondersteuning.”

Andere vraag is welke schaal van samenwerking daarbij past, maar ook welke randvoorwaarden opleidingsinstituten belangrijk vinden als het gaat om financiering, aansturing en taken en bevoegdheden van verantwoordelijken.

Tweede fase

In de tweede fase focust Michel op de mogelijke vormen die bij de samenwerkingsbehoefte passen. Daarbij werkt hij niet toe naar een gewenste uitkomst. Michel: “Voor mij is dit onderzoek geslaagd als ik recht doe aan de geïnterviewden die ik gesproken heb. En het helpt uiteraard als er een sterk gedeeld beeld uitkomt of een gedeelde visie of mening, in plaats van dat het alle kanten uitschiet. Ik moet het hoe dan ook doen met de uitkomsten.”

Wat hij het meest spannend vindt? “Ik ga er open in. Maar ik weet natuurlijk niet wat mijn onderzoek gaat opleveren. De spanning zit dus in de vraag of er straks chocola van te maken is. Dat is nu nog koffiedik kijken.”

Deel dit artikel
header afbeelding artikel
header afbeelding artikel
SCROL NAAR BENEDEN
A
A
A

De afgelopen maanden hebben we flinke stappen gezet in onze communicatie. De zichtbaarheid van het programma groeit. Onze middelen worden steeds beter gevonden en we bereiken een bredere groep professionals. Maar misschien wel belangrijker dan dat alles: we zetten steeds meer in op interactie. Niet alleen informeren, maar vooral het gesprek voeren. Want dát is waar ons programma echt sterker van wordt.

Een stevig fundament dat werkt

Op het Platform Onderwijs Onderweg vind je alles wat je moet weten over het programma. Het wordt gebruikt als dé plek voor verdieping en documentatie. Ons Swipezine geeft periodiek een gebundeld overzicht van waar we aan werken en op LinkedIn groeit het aantal volgers steeds meer. Dankzij deze combinatie kunnen we steeds beter laten zien wat er gebeurt én mensen meenemen in onze ontwikkeling.

Interactie die verder gaat dan kanalen

Toch speelt de belangrijkste interactie zich niet alleen online af. In overleggen, gremia en gesprekken met betrokken medewerkers ontstaat de echte uitwisseling. Zo halen we waardevolle inzichten op bij manschappen, leiders CoPI en Operationeel Leiders voor projecten over hun opleidingen. In die gesprekken wordt duidelijk welke knelpunten zij ervaren, welke vragen leven en waar kansen liggen. Ook spreken we regelmatig met verschillende partijen over de koers en keuzes binnen het programma. En samen met onderwijskundigen ontwikkelden we de onderwijsvisie, een traject waarin inhoud en interactie hand in hand gingen. Het zijn precies dit soort samenwerkingen die ervoor zorgen dat het programma niet alleen óver, maar vooral mét het veld wordt gemaakt.

En precies in deze lijn starten we binnenkort een nieuwe serie bijeenkomsten waarmee we jullie stem opnieuw centraal zetten: de districtsbijeenkomsten over Mentale Weerbaarheid. Hierover lees je meer in het artikel ‘Extra aandacht voor mentale weerbaarheid’.

Waar de praktijk spreekt

Interactie ontstaat ook op plekken waar je elkaar spontaan kunt treffen. Tijdens het Brandweerevent in oktober stonden we met een stand midden tussen de bezoekers. En gaven we een sessie waarin we heel veel vragen van jullie ophaalden. Deze vragen beantwoorden we de komende periode met onder meer een rubriek op LinkedIn.

Opgehaald én opgepakt

Tijdens de etappebijeenkomst in september vroegen we deelnemers mee te denken over hoe we onze communicatie en interactie verder kunnen versterken. Ook daar haalden we veel op! Een van de wensen is om meer zichtbaar te worden op de intranetten van de veiligheidsregio’s. Dit is een van de punten die we snel kunnen realiseren en die pakken we dan ook zo snel mogelijk op.

Blik vooruit: in gesprek blijven

De komende periode gaan we actief naar mensen toe om te horen wat zij verwachten van onze communicatie en interactie. Wat werkt voor hen? Waar kunnen we verbeteren? En hoe sluiten we nog beter aan op hun praktijk? Het zijn gesprekken die richting geven aan onze volgende stappen.

Heb je zelf vragen, ideeën of wil je met ons meedenken? Laat het ons vooral weten. Je kunt ons bereiken via onderwijsonderweg@nipv.nl of een bericht sturen via LinkedIn. We gaan graag met je in gesprek.

Deel dit artikel
A
A
A

Colofon

Deze digitale uitgave is gemaakt in opdracht van Onderwijs Onderweg.

Redactie
Sven van der Burg, Linda Dekker, Lieke de Geus, Keltoum Laoukili, Richard Post, Eric Went
Vormgeving John Stelck
Techniek Loek Weijts

Vragen en/of opmerkingen?

Mail: onderwijsonderweg@nipv.nl

Deel dit artikel

Deel via