Ga terug
  • Voorbereid op crises en rampen:

GHOR Hollands Midden ondersteunt niet-acute zorg

Niet-acute zorginstellingen spelen een belangrijke rol in de regionale zorgketen. Toch zijn deze ‘care’-instellingen vaak minder goed voorbereid op rampen en crises dan ziekenhuizen. Crisisvoorbereiding is voor hen in de wet minder omschreven en wordt in de praktijk regelmatig ‘erbij gedaan’. GHOR Hollands Midden werkt daarom aan bewustwording, begeleiding en het versterken van crisisstructuren. Relatiebeheerder Elmar de Waard ziet de urgentie groeien.

“Sinds COVID zien we hoe belangrijk de care-sector is voor de doorstroom van patiënten. Als een woonzorgcentrum uitvalt of tijdelijk geen cliënten kan opnemen, stokt de uitstroom in ziekenhuizen direct. Dan loopt de cure vast, en daarmee de zorg in de hele regio.”

Recente incidenten bevestigen die kwetsbaarheid. “Toen het lab van het Alrijne vorig jaar uitviel, had dat meteen grote impact op de regionale zorgcapaciteit.” Ook maatschappelijke ontwikkelingen vergroten de druk. Instellingen denken vaker na over langdurige stroomuitval, waterproblemen of evacuaties door extreme weersomstandigheden. Daarnaast helpt extra financiering vanuit NAZW (Netwerk Acute Zorg West) om trainingen en voorbereidingen beter te organiseren.

Contrast

Het contrast met de acute zorg is groot. “Ziekenhuizen hebben teams die zich fulltime bezighouden met crisisbeheersing”, zegt Elmar. “In de care-sector is het vaak een taak die iemand erbij doet. Dat maakt het lastiger om het onderwerp structureel op de agenda te krijgen.” Hij is duidelijk over wat een instelling minimaal op orde moet hebben: “Een BHV-plan, een evacuatieplan en een businesscontinuïteitsplan. Instellingen moeten weten hoelang ze kunnen blijven draaien voordat het kritiek wordt. En wij moeten dat weten om regionaal goed te kunnen handelen.”

Drie pijlers

Omdat het aantal instellingen groot is, werkt GHOR Hollands Midden met drie pijlers om te bepalen waar de aandacht het meest nodig is: biedt een organisatie 24/7 zorg met verblijf, wat is de impact op zorgcontinuïteit bij uitval, en ligt de locatie in een risicogebied? Kleinere partijen die niet binnen die pijlers vallen, worden niet uitgesloten. “Als zij om hulp vragen, gaan we in gesprek. We helpen waar we kunnen.”

Nieuwe aanpak

Op dit moment voert GHOR jaarlijks relatiebeheer met zo’n 15 tot 20 instellingen. In deze gesprekken wordt gekeken naar crisisplannen, zorgcontinuïteitsplannen, evacuatieplannen, oefenbehoeften en de samenstelling van crisisteams. “We richten ons vooral op samenwerking”, zegt Elmar. “Tussen bestuurders, crisisteams en de GHOR. Hoe werk je samen als het echt misgaat?”

Vanaf volgend jaar verandert de aanpak. “We starten met een bestuurlijke rapportage. We vragen plannen op, waarderen ze en bepalen waar instellingen staan. Dat geeft bestuurders inzicht én een stok achter de deur.” De DPG (Directeur Publieke Gezondheid) gebruikt die rapportage ook om richting het bestuur van VRHM te verantwoorden hoe de regio ervoor staat.

LCMS-Gz

Een belangrijke ontwikkeling is de introductie van LCMS-Gz in de care-sector. “Dat systeem helpt enorm tijdens een crisis”, legt Elmar uit. “Bij 72 uur uitval zie je via LCMS meteen welke instellingen problemen krijgen met water of stroom. Je kunt sneller besluiten nemen en de regio beter aansturen.” Een pilot met zorgverlener Topaz bevestigde dat. “Ze konden goed meedraaien, informatie delen en besluiten nemen. Ik vond dat sterk gedaan.”

Care-dag

In 2026 organiseert GHOR Hollands Midden samen met GHOR Haaglanden een regionale Care-dag, waar instellingen knelpunten kunnen inbrengen en gezamenlijk plannen worden ontwikkeld.

Ga terug